| VVD Delft > Weblog overzicht > Ronald Vuijk > Provincie baas over eigen huishouding |
Geplaatst op vrijdag 26 maart 2010
Met de weblogs “Provinciaal bestuur heeft bestaansrecht I, II en III voerde ik een klein debatje met Pauljan Kuijper van D66 die aanvoerde dat bezuinigen een reden is om het bestaansrecht van de provincie als bestuurslaag ter discussie te stellen. Daar stelde ik tegenover dat de noodzaak tot bezuinigen geen zelfstandig argument is, maar van bij komende aard. Provincies moeten binnen de eigen huishouding zelf de kerntakendiscussie voeren. Ten eerste zijn hervormingen van buitenaf sinds 1795 slechts één keer succesvol geweest. Ten tweede is er voor hervormingen van buitenaf een grondwets- en een wetswijziging nodig, dat is een zaak van lange adem en kost meer dan één kabinetsperiode. Met Provincies Nieuwe Stijl is al een eerste aanzet tot hervorming gegeven. Laten we eerst de resultaten daarvan eens beoordelen. De Provincie Zuid-Holland is een mooi voorbeeld.
Voor zover er op de inrichting van het openbaar bestuur bezuinigd kan worden door die inrichting efficiënter en kleiner te maken zie ik dat gebeuren met een herbezinning op het Huis van Thorbecke in samenhang met de WGR+ en de waterschappen als ook met een takendiscussie. Voor zover die takendiscussie leidt tot een kleiner wordende organisatie dan past dat in de opvattingen van de VVD voor een kleinere overheid en is dat mooi meegenomen. Ik kan mij voorstellen dat D66 het argument van de takendiscussie goed kan volgen omdat dit via een omweg alsnog kan leiden tot drastische hervormingen. Echt nieuw of progressief is het hervormen van provincies overigens niet te noemen. In de periode 1795 – 1813 zijn al verschillende pogingen gedaan om van de provinciale indeling af te komen om de band met het verleden te verbreken. Radicaal was enkel de verandering in 1848 door de liberaal Thorbecke met bijvoorbeeld direct kiesrecht voor ingezetenen en een eigen begroting met belastingheffing voor het genereren van provinciale inkomsten. (Prakke, 1989)
Een oplossingsrichting om tot herinrichting van het openbaar bestuur te komen is om de “eigen huishouding” van de provincie om te vormen tot een zogenoemde gesloten huishouding met wettelijk voorgeschreven taken.
Dan rijst dus eerst de vraag wat nu die huishouding precies is en waar die dan over gaat.
Het instellen en opheffen van de provincies is in de Grondwet opgedragen aan de wetgever. De Grondwet regelt verder dat de bevoegdheid tot regeling en bestuur “inzake hun huishouding” aan hun besturen wordt “overgelaten”. Het woordgebruik “overgelaten” staat voor een principiële keuze: “de grondwetgever “verleent” die bevoegdheid niet, maar constateert dat de provincies die van oudsher bezitten. Het begrip “huishouding” had voor Thorbecke destijds een duidelijke betekenis in de “driekringenleer”. De nationale huishouding werd gevoerd door vijf ministeries: binnenlandse zaken en justitie, financiën, buitenlandse zaken, kolonien en oorlog. De provinciale huishouding richtte zich op waterschaps- en waterstaatszaken en met interlokale land- en vaarwegen. De gemeenten zorgden voor de bruggen, veren, kaden, straten, openbare orde, gezondheid en goede zeden. De kosten van de eigen huishouding werd gedragen door de ingezetenen. In de loop van de tijd werd duidelijk dat de huishouding een open, dynamisch begrip is, waarvan de grenzen niet in de Grondwet of de Provinciewet kunnen worden gegeven. Telkens wanneer een hogere wetgever regelend optreedt, trekt hij datgene waarop die regelgeving betrekking heeft binnen de sfeer van de eigen huishouding en ontrekt het aan de huishouding van de lagere wetgever. De huishouding laat zich dan ook slechts negatief omschrijven: tot de provinciale huishouding behoort dat terrein dat niet door een hogere wetgever is betreden. (Akkermans, 1987)
De wetgever regelt in de Provinciewet dat de bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de provincie aan het aan het provinciebestuur wordt overgelaten. De vrije bevoegdheid tot regeling en bestuur (autonomie), en de mogelijkheid dat regeling en bestuur door een hogere overheid gevorderd kunnen worden (medebewind), vormen de wezenskenmerken van de bevoegdheid van het provinciale bestuur. (Kummeling & Modderkolk, 2004) Deze regeling sterkt mij in de overtuiging dat een kerntakendiscussie met een mogelijke vermindering van taken als gevolg eerst in Provinciale Staten gevoerd moet worden.
Voor zover de taken van de provincie door de wetgever beperkt gaan worden is een grondwetswijziging en een wetswijziging nodig. Dit is een krachtig argument om mij aan te sluiten bij eerdere opmerkingen van premier Balkenende die stelde dat de provincies zelf moeten veranderen. (Bouwmans, 01-10-2009)
De provincie Zuid-Holland volgt inmiddels de sturingsfilosofie van de Provincie Nieuwe Stijl om de provincie in te richten als een slagvaardige, daadkrachtige en uitvoeringsgerichte bestuurslaag. De nadruk ligt op versterking van de hoofdtaken en de bijbehorende veranderingen in bestuurlijk en ambtelijk handelen. Die hoofdtaken liggen met name op ruimtelijke omgevingstaken inclusief cultuurtaken (het zogenaamde integrale omgevingsbeleid) en de wettelijke taken ten aanzien van sociaal maatschappelijke vraagstukken zoals jeugdzorg en tweedelijns ondersteuning van gemeenten. Centraal staan bovengemeentelijke verdelingsvraagstukken in de fysieke ruimte waarbij het dan gaat om coördinatie en geschilbeslechting. Bij het versterken van de hoofdtaken wordt vooral aandacht gegeven aan bestuurskracht, veiligheid en ruimtelijke kaders. (Zuid-Holland, 2009)
Mij lijkt het provinciebestuur uitstekend in staat om een kerntakendiscussie eerst zelf goed te voeren.
Delft, 26 maart 2010
Akkermans, P. (1987). DE GRONDWET Een artikelsgewijs commentaar. Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink.
Bouwmans, H. (01-10-2009). Premier: 'Provincies moeten veranderen'. Binnenlands Bestuur .
Kummeling, H., & Modderkolk, A. (2004). TEKST & COMMENTAAR Gemeentewet Provinciewet. Deventer: Kluwer.
Prakke, L. (1989). Handboek van het Nederlandse staatsrecht (Van der Pot-Donner). Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink.
Zuid-Holland, P. S. (2009). Begroting 2010. Den Haag: Provincie Zuid-Holland.