Sorry, maar de behandeling van uw aanvraag duurt een jaar langer...

Geplaatst op maandag 29 maart 2010

Trefwoorden: rechtszekerheid

Wetgeving hoort duidelijk te zijn. Als wetgeving duidelijk is kan de burger op basis van de wet zijn rechtspositie bepalen. Door het legaliteitsvereiste weet de burger wat hij van de overheid mag verwachten, maar zo eenvoudig is het, door bijvoorbeeld ‘vrije beleidsruimte’ niet. Ook te ingewikkelde regelgeving maakt het onmogelijk om de wet voldoende te kennen om het overheidsoptreden te voorspellen. Een voorbeeld van een complexe bouwaanvraag maakt duidelijk dat niet alleen de aanvrager problemen kan krijgen, maar dat ook de behandelaar van die aanvraag in de ingewikkeldheden verstrikt kan raken.    

De burger kan ten allen tijd op basis van de wet zijn rechtspositie bepalen. De gemeentelijke verordening is gemeentelijke wetgeving.  Voor de rechtszekerheid is het van belang dat de burger kan weten wat zijn rechten en plichten zijn. Dat betekent dat de wet kenbaar en duidelijk hoort te zijn.

De burger zou uit de wet het bestuursoptreden kunnen voorspellen. Het legaliteitsvereiste schrijft immers voor dat het bestuursoptreden grondslag vindt in de wet, er een inhoudelijke normstelling in die wet hoort te staan en dat de overheid die wet ook toepast. Duidelijk mag zijn dat het zo mooi niet is. Beslissingsruimte in de wet leidt tot beoordelingsruimte en beleidsvrijheid. Delegatie van bevoegdheden tot versnippering en wisselende toepassing. Complexiteit maakt de lezing en het begrijpen van de wet moeizaam, zeker voor niet-juridisch geschoolden.

“Een ieder hoort de wet te kennen” is een bekend adagium. Daar hoort bij dat de wet kenbaar hoort te zijn. Niet alleen door die te lezen maar ook te begrijpen. Te complexe wetgeving met tegenstrijdige eisen hoort niet en als dat wel het geval blijkt te zijn hoort de overheid daarvoor de verantwoordelijkheid te dragen en niet de argeloze burger. Ik sta voor een de burger dienende overheid en niet een de overheid dienende burger. 

Tijdens een spreekuur kwam een situatie aan het licht waarbij de behandeling van een bouwaanvraag dreigde te worden opgeschort voor een jaar doordat een andere, iets eerder ingediende aanvraag voor een integrale milieuvergunning opschortende werking bleek te hebben voor alle lopende bouwaanvragen waarbij de vertraging voor de bouwaanvragen kon oplopen tot meer dan een jaar. Die integrale vergunning leek handig omdat je dan alle milieuvergunningen voor een heel complex in één keer regelt. De aanvrager en de gemeente hadden zich die opschortende werking bij aanvraag van beide vergunningen niet gerealiseerd. Dat is ook niet zo gek omdat die opschortende werking in de praktijk ook volstrekt onlogisch is, immers een beetje actieve organisatie is altijd wel ergens op zijn complex of in zijn gebouw aan het bouwen. Het was één wettelijk voorgeschreven regel in meer dan tachtig(!) pagina’s vergunningtekst die over het hoofd was gezien. Als de aanvrager tevoren had geweten dat het indienen van een milieuvergunningaanvraag zijn bouwvergunningaanvraag met een jaar zou vertragen had hij die integrale milieuvergunning nooit aangevraagd. Er was behoorlijk wat juridische creativiteit en ambtelijke moed voor nodig om ernstig verstoorde verhoudingen te voorkomen. Het is uiteindelijk goed terecht gekomen.

Delft, 29 maart 2010

Voeg toe aan Delicious Voeg toe aan Facebook Voeg toe aan Google bookmarks Voeg toe aan Linked In Voeg toe aan NUjij Voeg toe aan Technorati Voeg toe aan Twitter 
© 2012 VVD Delft  |  Colofon  |  RSS | Sitemap