Zonnecentrales, Geothermie, Warmtebedrijf en Windmolens
Geplaatst op vrijdag 25 april 2008
Syncera, gevestigd in Delftech Park, organiseerde vandaag in de aula van de TU Delft een internationale conferentie over “Climate Change from a Transatlantic Perspective" met een onderdeel over “Local Policy Making on Climate Change”. Syncera is onlangs overgenomen door het Amerikaanse bedrijf MWH.
Samen met Frank Speel, CDA-wethouder in Zoetermeer en John Steegh, Groenlinks wethouder in Leiden discussieerde ik onder leiding van Jelte van der Heide, adviseur bij Syncera, met een zaal vol deskundigen over lokaal klimaatbeleid en vraagstukken van implementatie van dat beleid.
In het kort heb ik iets gezegd over de doelstelling en de projecten van de Delftse klimaatplannen 3E en 3D. De Delftse klimaatplannen hebben als doel de stijging van de productie van broeikasgassen effectief te verminderen door duurzaam te bouwen en te verbouwen als ook door efficienter energiegebruik. Aardig was te zien dat de structuur van de Klimaatplannen van Leiden, Zoetermeer en Delft bijna gelijk was. Dit leidde onder de wethouders tot de conclusie dat wij kennelijk allemaal dezelfde bureaus inhuren om ons over klimaatbeleid te laten adviseren.
Delft kent in 3E een aanpak van ruim 25 projecten verdeeld in 9 programma’s die integraal alle beleidsterreinen van Delft raken. De meeste projecten wordt geruisloos verwerkt in die beleidsterreinen. Zodra het niet meer geruisloos gaat moet wethouder Klimaatbeleid Merkx stevig aan de bak met de projectwethouders om de doelstellingen van het klimaatbeleid op de politieke en bestuurlijke agenda te houden.
Over de formulering van de doelstellingen van het klimaatbeleid is nog wel een debat te voeren. Leiden streeft een CO2 neutrale situatie na, daar waar Delft streeft naar ombuiging van de stijgende trend. Op een vraag vanuit de zaal wat CO2 neutraal nu precies betekende ontstond een niet te beslissen definitiediscussie. Het laatste woord over klimaatdoelstellingen is dus nog niet gezegd.
Kern van de integrale klimaataanpak is de doorvertaling van de maatregelen in lopende projecten. Daarom heb ik in het bijzonder de projecten Harnaschpolder, Technopolis en het Nieuwe Stadskantoor gebruikt als voorbeelden.
In Harnaschpolder is gekozen voor een stadsverwarming door een warmtebedrijf dat gebruik wil maken van de restwarmte van de afvalwaterzuivering. Het is tot nu toe niet gelukt om de business case rond te krijgen, Rotterdam heeft hetzelfde probleem. De huizen in Harnaschpolder worden echter gebouwd, de keuze voor stadsverwarming is al gemaakt en de buizen gaan de grond in. Hoofdpijn dus voor de projectwethouder Harnaschpolder.
In het bestemmingsplan Technopolis werd ruimte gereserveerd voor enkele hoge windmolens om de doelstelling van lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit te realiseren. Het verzet tegen de windmolens was taai, aangevoerd door instituten die al op Technopolis gevestigd waren. In B&W en de raad werd met veel moeite en inspanning het bestemmingsplan gerealiseerd. Uiteindelijk sneuvelden de windmolens bij de provincie vanwege een oud wetje van rond WO II die ruimte om vliegveld Rotterdam vrij beoogd te houden van te hoge bebouwing. Hoofdpijn dus voor de toenmalige wethouder Ruimtelijke Ordening.
Voor de eerste ontwerpen van het nieuwe stadskantoor kregen de vier kandidaat architekten een opgave mee vanuit het Klimaatplan. Dat leidde er toe dat architekt Soeters vier windturbines bovenop zijn gebouw wilde zetten die echter door het opgegeven plafond in het bestemmingsplan staken. Een situatie die niet meer was op te lossen zonder het gebouw te klein te maken of een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Beide waren niet haalbaar. Hoofdpijn dus voor de architekt en de wethouder Huisvesting.
Tenslotte heb ik een pleidooi gehouden voor meer onderzoek naar alternatieve energiebronnen. Duidelijk is dat de energiebronnen kernsplitsing en kernfusie politiek te omstreden zijn om beslissingen over te nemen. Fossiele brandstoffen kolen, olie en aardgas zijn oorzaak van ons CO2 probleem en uiteindelijk beperkt voorradig. Echte alternatieve energiebronnen zijn waterkracht, zonnewarmte, windkracht, biomassa, geothermie en getijden.
Binnen de VVD Delft pleit Hans Bienfait al jaren voor meer aandacht voor de inzet van grootschalige zonnecentrales. In Californie in de Verenigde Staten zijn dergelijke zonnecentrales reeds in bedrijf. Dat pleidooi van Hans kan best nog wat steun gebruiken. Met de huidige stand van de techniek kan een dergelijke zonnecentrale nog niet rendabel in Nederland gebouwd worden, en zijn wij afhankelijk van bijvoorbeeld zuidelijk Spanje of noordelijk Afrika. In de lokale klimaatplannen komt deze vorm van het winnen van zonneenergie nog niet voor. Meer Europees aangejaagd onderzoek naar de haalbaarheid in de Europese omgeving lijkt zeer gerechtvaardigd.
Graag zou ik een rijks- of een EU regeling zien om het gebruik van geothermie, warmte uit de diepe ondergrond, te stimuleren. De techniek voor het winnen van geothermische warmte is voldoende beschikbaar. In het Westland zijn tuinders hiermee al aan de slag. De regeling zou moeten gaan om het afdekken van de financieel grote risico’s dat bij het boren op 3000 meter diep niet direct de juiste warme laag wordt aangeboord.
Delft, 25 april 2008
Ronald Vuijk