De Vrouwen van Dea Dia
Geplaatst op woensdag 23 april 2008
Vandaag organiseerde ondernemersnetwerk Dea Dia in DOK een ledenmiddag met als titel “Start en Bestaan”.
Bijzonder was dat ik bij uitzondering als man ver in de minderheid was, bijzonder omdat ondernemersnetwerken in zijn algemeenheid vaak bevolkt worden door mannen.
Het bestuur van Dea Dia had een onderhoudend programma in elkaar gezet waarvoor zij Manja Weitjens van de Kamer van Koophandel Den Haag, Eliane Khoury van Virus Free Air als technostarter van Yes!Delft en Mark Borneman van Library Concept Center hadden uitgenodigd. Ik mocht na enkele aardige inleidende woorden van voorzitter Danielle Vogelsang de aftrap geven. In die aftrap betoogde ik dat Delft veel doet voor ondernemers, zeker als het aankomt op ruimte voor ondernemen en service. Ik heb daarbij nog maar eens een lans gebroken voor Jan Boumans van het Strategisch Accountmanagement en Jaap van Konijnenburg van Service Centrum Bedrijven. Het werd daarna een geanimeerd gesprek. Het was daarom bijzonder jammer dat ik eerder weg moest vanwege een aansluitende ontmoeting met ondernemers van de Bedrijven Kring SchieOevers.
Dea Dia is een platform waar vrouwelijke ondernemers elkaar ontmoeten, kennis en ervaring uitwisselen en banden tussen hun bedrijven kunnen leggen en aanhalen. Dit gebeurt tijdens tweemaandelijkse georganiseerde bijeenkomsten en tijdens informele, kleinschaliger netwerkbijeenkomsten. Behalve aan ondernemers biedt Dea Dia ook ruimte aan vrouwen die de leiding hebben over maatschappelijk verantwoorde initiatieven en vrouwen met vrije beroepen.
Eerder dit jaar sprak ik al met voorzitter Danielle Vogelsang en de bestuursleden Anneke Stuy en Séphine Laros. Het ondersteunen van vrouwen als ondernemer heeft geen gerichte aandacht in de economische strategie van Delft. Ook de Emancipatienota biedt voor zover ik weet geen soulaas. Ik heb daarom aangeboden de komende weken samen met de ondernemers van Dea Dia na te denken wat de rol van de overheid zou kunnen zijn.
Klinkt dus als “wordt vervolgd”.
Delft, 23 april 2008
Ronald Vuijk