Binnenstedelijke logistiek, fijn stof en CO2
Geplaatst op dinsdag 29 april 2008
In de middag organiseerde TNO onder dagvoorzitterschap van de Tilburgse hoogleraar dr. Jos Vermunt het symposium “Kansen voor een efficiënte en duurzame bevoorrading van steden” in Theater de Veste. Voor een gehoor van 250 logistieke deskundigen was dit het afscheidssymposium van professor dr. Cees Ruijgrok. Ik nam deel aan een panel dat reageerde op de betogen van de drie sprekers.
Het symposium kende een hoog wetenschappelijk gehalte. Er werd een koppeling gelegd tussen de optimalisatie van de logistieke organisatie in de stad en kansrijke innovatieve technologische oplossingen. De voorzitter van de brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland en voormalig burgemeester van Eindhoven Alexander Sakkers gaf de aftrap met een noodkreet dat veel binnensteden dichtslibben door de vele gemeentelijke regels over laad- en lostijden, voertuigeisen, milieuzones en geluidsnormen als ook door files door opstoppingen en wegwerkzaamheden. Hij eindigde zijn inleidende toespraak met het compliment dat Delft, door geen venstertijden voor leveringen in de binnenstad op te leggen, het goede voorbeeld geeft.
Marinus Ploos van Amstel van het Centraal Boekhuis pleitte voor meer bundeling van leveringen. In een vrachtauto kunnen moeiteloos ook leveringen voor andere zaken dan de boekhandel mee. Centraal Boekhuis beschikt over de software om dat logistiek te organiseren. Deze aanpak leidt tot minder vrachtauto kilometers .
De recent gepromoveerde dr. Hans Quak wees op de noodzaak van een afgewogen mix van oplossingen om tot een duurzame en efficiente stedelijke distributie te komen. Er is geen generieke oplossing voor alle steden. In het stedelijke distributiebeleid moeten drie oplossingsrichtingen worden uitgewerkt: beleidsmatige, technologische en logistieke oplossingen. Een voorbeeld van een beleidsmatige oplossingsrichting is het fysiek afsluiten van de binnenstad, technologie helpt bij de handhaving en logistieke oplossingen zijn te vinden in de uitwerking van het vergunningen- en toegangsbeleid. Vanuit de technologische invalshoek zou ook meer aandacht kunnen komen voor bijvoorbeeld hybride voertuigen, met een benzine- en een elektromotor.
Vanuit de Delftse situatie betoogde ik dat Delft een historische stad is met een technische universiteit, een stad met veel technologische instituten waarvan TNO een zeer gewaardeerde is. Delft is een stad met veel kleine winkeltjes, kleine straatjes, smalle grachten en smalle steile bruggetjes. Een stad waar wonen, werken en bezoek heel dicht op elkaar zit. Die binnenstadsinfrastructuur alleen is al in zekere zin “zelfregulerend” immers “te groot” kan er moeilijk in. Het Delftse beleid voor binnensstedelijke distributie wordt sterk beïnvloed door het Lokaal Verkeer- en Vervoers Plan, het Autoluwbeleid en het Klimaatplan. Daarbij spelen factoren als leefbaarheid met trillingen, geluid, fijn stof en veiligheid een rol. Ook het Klimaatplan met de CO2 doelstelling heeft effect. Daarnaast is de parkeerdiscussie met parkeren langs de grachten, de parkeergarages Phoenixstraat, Zuidpoort en Koepoort van belang en de gevoerde discussie over de noordelijke parkeergarage en de grootte van de garage in de Spoorzone van belang. De Delftse situatie wordt nog ingewikkelder door de verkeersomleidingen voor de vele bouwprojecten die inmiddels gestart tezamen met de projecten die binnenkort gaan starten. Een noodafsluiting zoals de Sebastiaansbrug komt daar nog bovenop.
Al discussierend kwam ik zelf tot het indringende besef dat de CO2 discussie gebaseerd is op een beleidsmatige stadsbrede rekenexercitie, en dat de fijnstof discussie over echte bedreigende viezigheid gaat. Den Haag heeft bijvoorbeeld onder druk van de publieke opinie recent de binnenstad tot milieuzone verklaard omdat in sommige straten de viezigheid duimendik op de kozijnen ligt, dat is fijn stof. Als wij in de binnenstad al maatregelen gaan nemen vanwege de CO2 heeft dat slechts betrekking op het halen van de CO2 doelstelling als stad. De echte vieze plekken in Delft vinden wij niet in de binnenstad maar in TU-noord, de Westvest, Zuidwal, de Wateringsevest en Vrijenbanselaan. De lucht in de binnenstad is niet schoon, maar komt niet stelselmatig boven de wettelijke normen.
Tenslotte heb ik mij sterk gemaakt voor meer onderzoek naar alternatieven voor stedelijke distributie en de neven-effecten. Daarbij is goederenvervoer over water en door de grachten aan de orde gekomen alsmede de inzet van de traminfrastructuur. Dit zou ook een oplossing kunnen zijn voor de grote hoeveelheden bouwmaterialen die de stad in moeten de komende tien jaar. Ook is gesproken over de inzet van hybride auto’s, rijden op benzine, biobrandstof en elektriciteit, wellicht dat de door TNO ontwikkelde onbemande shuttlebus een rol kan spelen bij de distributie op maat van goederen.
Het was een leerzaam symposium met inspirerende discussies met de panelleden en met de zaal. Discussies die na afloop tijdens de recepties nog werden voortgezet en waarbij de hechte banden van de stad met TNO en TNO’ers weer eens werden bevestigd.
Delft, 29 april 2008
Ronald Vuijk