Wanneer wordt een allochtoon autochtoon?
Geplaatst op woensdag 7 mei 2008
Frans Lavooij wordt de nieuwe voorzitter van de Koepel van Kamers van Koophandel, zo las ik 21 april in het Financieel Dagblad. In Rotterdam viel Frans op door zijn pogingen de sociaaleconomische kloof tussen autochtoon en allochtoon te dichten.
Frans Lavooij maakte al deel uit van bestuur van de Kamer van Koophandel in de periode 1998-2000 dat ik secretaris van de Rotterdamse regio was bij MKB-Nederland, na het vertrek van Van Caldenborgh werd hij voorzitter. November 2007 ontmoette ik hem weer tijdens een grote MKB-handelsmissie met staatssecretaris Frank Heemskerk en MKB-Nederland voorzitter Loek Hermans naar India. Ondanks vele functies in het middenveld is Frans altijd ondernemer gebleven, in specerijen, ICT, muziek en food. Frans zocht in de afgelopen jaren Marokkanen en Turken op, in hun moskeeën, op scholen en op de Rotterdamse islamitische universiteit. “De Rotterdamse economie loopt als een motor op twee cilinders, de ene wordt aangedreven door autochtonen, de andere zou moeten worden aangedreven door allochtonen, maar dat gebeurt nog onvoldoende" aldus Frans.
De aanpak van Frans spreekt mij aan. In Delft zie ik bij het allochtoon ondernemerschap hetzelfde. Daar komt bij dat allochtoon ondernemerschap door het gemeentebestuur beleidsmatig grotendeels als integratievraagstuk wordt benaderd en niet als economisch te stimuleren activiteit.
De plaats van allochtoon ondernemerschap in CoalitieAkkoord staat bijvoorbeeld in het hoofdstuk Integratie en Inburgering. PvdA, VVD, GroenLinks en STIP spraken af: “Allochtoon ondernemerschap verdient meer ruimte. Dit kan door allochtone ondernemers in spé op te nemen in de starters- en bedrijvennetwerken, maar ook door letterlijk ruimte te maken op weekmarkten en in wijkwinkelcentra, waarin de gemeente het voor allochtone ondernemers gemakkelijk maakt om ‘klein’ te beginnen met zo min mogelijk belemmeringen.” In het Platform Economische Zaken Delft waar het georganiseerd bedrijfsleven overleg voert met het gemeentebestuur is het onderwerp in mijn bestuursperiode nog niet geagendeerd geweest.
Dat gebrek aan aandacht is naar mijn mening niet terecht. Ik geef drie voorbeelden.
In een Nieuwsbrief van Delchi Institute, geleid door mw. Yanmin Tao heb ik in 2007 met een interview integratiebeleid en economomisch beleid willen verbinden.
“Hoe doe je nieuwe ideeën op en voorkom je meer van hetzelfde? Door ideeën op te doen bij mensen die zaken heel anders aanpakken dan jij. Waar pakken ze zaken heel anders aan dan wij? Juist in China. Yin&yang, feng shui, itjing, acupunctuur - zomaar wat ideeën waar wij misschien nooit op zouden zijn gekomen, maar waarvan wij in het Westen wel dankbaar gebruik van maken, dankzij onze contacten met China. Alle reden om onze Delftse Chinezen beter te leren kennen en om contacten te onderhouden met (bedrijven in) China. En dan is het goed dat aan de Kleveringweg een Chinees zakenhotel wordt gebouwd, met ruim zeventig kamers. Dat werkt uiteraard als een magneet op Chinezen die in Nederland zaken willen doen. Integratie werkt natuurlijk twee kanten op.Dat geldt ook voor ideeën opdoen. Ook in China zullen mensen zich afvragen: ‘Waar pakken mensen zaken heel anders aan dan wij?’ Daar zijn vast meerdere antwoorden op mogelijk, maar wat mij betreft is er maar één juist antwoord. Juist - in Delft. Met de Chinese stad Xi’an hebben we afspraken gemaakt om nauw te gaan samenwerken als het gaat om lucht- en ruimtevaarttechniek. De TU Delft is bij deze samenwerking betrokken. De Chinese stad Shenzhen, ooit het Chinese antwoord op Hong Kong en nu booming business en telecom-centrum, heeft vragen als het gaat om energie- en waterbeheer. Met Delftse bedrijven en Delftse kennis kunnen we deze vragen beantwoorden. En vanuit de provincie Zuid-Holland is Delft betrokken bij een samenwerkingsverband met de Chinese provincie Hebei, om water- en milieuoplossingen aan te dragen. Lucht- en ruimtevaarttechniek, energie- en waterbeheer, milieuoplossingen. In China zouden ze misschien nooit op onze ideeën hier over zijn gekomen, maar ze kunnen er nu wel gebruik van maken, dankzij de Delft Connection. Als wethouder economische zaken streef ik altijd win/win-situaties na. En dat geldt wat mij betreft ook voor integratie. Succesvol zaken doen en succesvolle integratieprojecten als Omgekeerd Inburgeren - kennismaken met uw Chinese buren kenmerken zich allebei door hetzelfde: win/win. Van elkaar leren voorkomt meer van hetzelfde - en dat lijkt mij een goed idee.”
Bij IKEA in Delft werkt Ehsan Turabaz, hij komt uit Afghanistan. Ehsan is honorair consul van Afghanistan en maatschappelijk zeer actief in het Delftse, het nationale en internationale bedrijfsleven. Ehsan was mede initiatiefnemer van en maakt deel uit van een prestigieuze werkgroep die namens het bedrijfsleven de Nederlandse regering ondersteunt bij de wederopbouw van Afghanistan. Daarbij gaat het vooral om landbouw, veeteelt, vakonderwijs, waterbeheer, contacten tussen bedrijven en advies aan ondernemers. Het initiatief voor deze ondersteuning is ontstaan na bezoek van een delegatie van VNO-NCW aan Uruzgan en Kabul in oktober 2007. Deze delegatie bestond uit Bernard Wientjes (VNO-NCW), Jan Kamminga (FME-CWM), Elco Brinkman (Bouwend Nederland), Ehsan Turabaz (president van de Nederlands-Afghaanse Business Council en honorair consul) en Dick Berlijn (Commandant der Strijdkrachten), Jan Bout (Royal Haskoning) en Dick Scherjon (Rabobank Nederland). De ondersteuning van het bedrijfsleven bestaat vooral uit het geven van advies en het zoeken, regelen van markten voor producten. Om de samenwerking met de betrokken overheidsinstanties en Afghaanse instanties te coördineren en projecten uit te voeren, is de Werkgroep Economische Wederopbouw Afghanistan opgericht. De werkgroep wordt geleid door Jan Bout, voorzitter van de raad van bestuur van Royal Haskoning. In de werkgroep zitten onder anderen vertegenwoordigers de ministeries van Buitenlandse Zaken, Economische Zaken, Defensie en van VNO-NCW. Nederland voert wederopbouw projecten uit aan de hand van het zo genaamde 3D concept: Diplomacy, Defense en Development. Het bedrijfsleven is gevraagd om met name behulp te zijn bij Development.
En Delftenaren zijn daar dus bij.
De aansprekende titel van mijn weblog tekst komt van een blog van najaar 2006 van Willem Scheepers, schrijvend voor Management Pro. Hij verwees naar een artikel uit het Financieel Dagblad van de Delftse ondernemer Navid Otaredian. Navid heeft een ingenieursbureau, is directeur van het reïntegratiebedrijf Advexis voor hoogopgeleide allochtonen, is oprichter van twee businessclubs die ten doel hebben om ondernemerschap onder allochtonen te bevorderen en Nederlandse bedrijven te helpen in het buitenland. Tevens is hij verbonden aan De Baak Management Centrum VNO-NCW en zit hij in het bestuur van MKB Delft.
Met grote regelmaat schrijft hij in het Financieel Dagblad over allochtoon ondernemerschap. ,,Als burger en gedreven ondernemer kan en wil ik niet stil blijven”, zegt Otaredian ,,Weet u wat zo pijnlijk is? Nederland is een prachtig land en Nederlanders zijn prachtige mensen, maar de sfeer is kapotgemaakt. Het lelijke beeld doet Nederland en de warme Nederlanders die ik ken in mijn omgeving, onrecht. Welke politici durven te onderzoeken wat de politiek van scheiding en de verallochtonisering van een miljoen mensen voor economische schade aanricht?” De civiel ingenieur ervaart het aan den lijve. ,,Ik probeer handelscontacten op te bouwen met het Midden-Oosten en Afrika. De investeerders daar hebben gehoord dat Nederland niet blij is met buitenlanders. Ze zijn hier nooit geweest, maar de naam en faam is kennelijk vooruitgesneld. ” Hij ziet het bij hoogopgeleiden om hem heen, mensen met heel goede banen. ,,Alleen al dit jaar heb ik er vier zien emigreren, en een vijfde heeft plannen. Deze topmensen zijn niet gebonden aan een land -zeker niet als ze ervaren dat ze als allochtonen niet gewild zijn. Nederland heeft nooit bekend gestaan om zijn goede salarissen en kansen voor startende ondernemers. Maar er was hier een klimaat van tolerantie en openheid voor andere culturen en ideeën.” Ook ondernemers en werkgevers, die ’van nature neutraal naar mensen kijken en personeel aannemen op basis van kwaliteiten en capaciteiten’, zijn volgens hem beïnvloed door politici en de verslechterde sfeer. ,,Zij zijn ook mensen. Wat doe je als iemand goede papieren heeft, maar je bezorgd bent dat zijn komst problemen geeft op de werkvloer?” Zo blijft talent onbenut, bij allochtone jongeren, bij zeer hoogopgeleide vluchtelingen die met een geringe investering aan de slag zouden kunnen, terwijl het Nederlandse bedrijfsleven roept om gekwalificeerde arbeidskrachten, constateert Otaredian. Hij haalt een recent gesprek aan met zijn jongste zoon van acht. ,,Die vroeg: ’’Pap, ben ik allochtoon? Ik wil geen allochtoon zijn’.” Er ging vader Otaredian een steek door het hart toen hij zich realiseerde dat zijn toekomstige kleinkinderen ook allochtoon zullen zijn. ,,Op straat, op school, op televisie staat de allochtoon voor problemen. En ik dacht tot enkele jaren geleden dat mijn kinderen als normale Nederlanders zouden kunnen opgroeien.”
Wanneer wordt een allochtoon autochtoon? Een vraag waar op ik met MKB-Nederland, VNO-NCW en de Kamer van Koophandel in de komende maanden een antwoord ga zoeken. Daarbij zoekend vanuit de liberale beginselen en idealen, met het instrumentarium van het economisch beleid en dus niet vanuit het integratiebeleid.
Delft, 7 mei 2008
Ronald Vuijk