Ronald Vuijk (november 2008)

Met groot enthousiasme stel ik mij voor de VVD als volksvertegenwoordiger beschikbaar voor de verkiezingen van de Tweede Kamer van 2010

Mijn naam is Ronald Vuijk, en 44 jaar geleden geboren in de Wognumstraat in Den Haag. Sinds 2000 woon ik in Delft en ben politiek actief geworden voor de VVD. In Groningen studeerde ik van 1988 tot 1994 Nederlands recht en juridische bestuurswetenschappen. Myrna en ik zijn samen de trotse ouders van dochter Jeanna (9) en zoon Jens (5).

In mijn vrije tijd lees ik graag een boek en ben actief in het bestuur van de Bob- en Slee Bond Nederland. Vanuit mijn Groningse studententijd heb ik door GSR Aegir nog steeds een zwak voor het nationale toproeien. De Head, de Oude Vier op de Varsity, De Bosbaan, Hollandia en de Koninklijke roepen en trekken nog steeds.

Politiek actief werd ik om mee te praten en mee te beslissen over maatschappelijke problemen. Nederland is een land waarin het comfortabel leven is, en dat moet zo blijven. De juridificering van de maatschappij is echter zo gegroeid dat de overheid de burger eerder belemmert in plaats van vrij laat en vertrouwen geeft. De overheid beschrijft niet alleen wat er moet gebeuren maar tot in detail ook hoe dat moet gebeuren. Bedrijvigheid en innovatie worden daardoor afgeremd. Vernieuwing komt niet dankzij, maar ondanks de betuttelende overheid tot stand. Mensen zoeken naar wegen om onder regels uit te komen, zelfs de overheid doet dat en noemt dat gedogen. De regering hoort stimulerende kaders en transparante randvoorwaarden te stellen.

Daarnaast werd ik ook politiek actief om mee te praten en mee te beslissen over maatschappelijke oplossingen. De liberale uitgangspunten vormen voor mij de basis. Bolkestein is mijn voorbeeld. De op inhoud gedreven wijze waarop hij de partij aanvoerde spreekt mij zeer aan. De assertieve en zelfbewuste wijze waarop ik Rutte zich nu als politiek aanvoerder zie ontwikkelen als ook de woorden die ik hem hoor spreken bevestigt mij in mijn veronderstelling dat inhoud en landsbelang de juiste basis is voor het politieke handelen als VVD. Dat is de werkwijze waarin ik mij herken, mij thuis voel en waarvoor ik mij wil inzetten. Als liberaal herken ik mijzelf meer in het ontplooiingsliberalisme en het sociaalliberalisme dan in het klassieke liberalisme en het gedachtegoed van het utilitarisme. Hoewel het onderscheid niet vlijmscherp is: ik sta voor klassieke liberale thema s als een compacte overheid, lage belastingen en weinig regels als ook voor meer sociale thema s die redenerend vanuit de positieve vrijheid opkomen voor sociale voorzieningen voor zij die aan het kortste eind trekken en goed onderwijs voor onze kinderen. Ik sta daardoor voor  een actieve rol voor de staat om te zorgen dat individuen tot ontplooiing komen en ook voor actief burgerschap in bijvoorbeeld verenigingen, clubs of internationale hulporganisaties. Liberalisme is voor mij niet ieder voor zich . Als politicus en volksvertegenwoordiger ben ik geen intellectueel maar een realist, vooral het politieke resultaat telt. Politiek bedrijven is vooral ook hard werken.

Het lijstje grote politieke thema s van Bolkestein van 2004 raakte mij en is nog steeds actueel: de rechtstaat (terrorisme, criminaliteit, rechtszekerheid, privacy); de sociaaleconomische toestand (arbeidsparticipatie, productiviteit, groei van de economie); een uitgebreide Europese Unie (de lotsverbondenheid van Nederlanders met de EU); de afhankelijkheid van energiebronnen van buiten de Unie; immigratie en moeizame integratie; en de demografische crisis (vergrijzing, daling van de economische groei en van de productiviteit). Dit lijstje is herkenbaar in de huidige VVD-thema s Veiligheid, Bereikbaarheid en Economie. Ik wil vanuit de VVD met die kaders en randvoorwaarden mensen zelf de ruimte geven om keuzes te maken. Te beginnen met minder regels.

In 2002 ben ik voor de VVD Delft in de gemeenteraad gekozen en volgde in het najaar van 2002 Wil Steffen op als fractievoorzitter. In 2005 volgde ik Christiaan Baljé op als wethouder. In 2006 nam ik als lijsttrekker deel aan de verkiezingen, aansluitend volgde de herbenoeming als wethouder in een college met PvdA, Groenlinks en STIP (Lokale studentenpartij). Als wethouder ben ik verantwoordelijk voor de portefeuille Kennisstad & Economie, Dienstverlening, Vastgoed & Grondzaken, ICT, Huisvesting en de projecten Science Park Technopolis, Harnaschpolder en Schie-oevers. Daarnaast worden bestuurlijke en politieke  nevenfuncties vervuld. In 2006 schreef ik mee aan het programma voor de VVD in de provincie Zuid-Holland.

Naast overtuigd liberaal ben ik ook overtuigd democraat. Lokaal, regionaal en provinciaal zie ik hoe de sociaaldemocraten en de leefbaren met democratie omgaan.  Namelijk dat sociaaldemocraten weten wat goed voor de burger is , socialisten zijn bemoeials en de leefbaren wantrouwen het huidige politieke systeem zo dat samenwerken met zij die dat systeem verpersoonlijken per definitie onmogelijk is. Dat maakt voor mij duidelijk dat democratie naast aangehangen, ook met hart en ziel verdedigd moet worden. In de dagelijkse politieke praktijk  betekent dat resultaten behalen. In Delft heb ik bijvoorbeeld daarvoor als wethouder het wekelijks spreekuur voor burgers ingesteld. Ook de zondagsopening van winkels in heel Delft is in mijn periode tot stand gekomen. In Delft spelen enkele dossiers met nationale impact zoals de A4 en de ondertunneling van het spoor. Vanuit mijn politieke functies en dossiers heb ik ervaren hoe onvoorstelbaar hard er in coalities dagelijks geknokt moet worden om de liberale uitgangspunten te vertalen in concreet politiek resultaat. Politiek-bestuurlijke processen moeten nauwgezet bewaakt worden vanaf concept tot uitvoeringsdetail. Voor de periode 2010 2014 sta ik nummer 2 op de kandidatenlijst en ben wethouderskandidaat. Indien wij lokaal in de oppositierol terecht komen pak ik de volksvertegenwoordigende rol in de gemeenteraad op.

 

Waarom in de Tweede Kamer?

Het namens de kiezer dienen van het openbaar bestuur door het kabinet te controleren en op te treden als mede-wetgever is eervol werk. Dan kan vanuit de oppositierol en als regeringspartij. De keuze voor Nederlands recht en juridische bestuurswetenschappen aan de RuG in 1988 was voor mij een eerste stap richting het openbaar bestuur. De wetenschappelijke vraag in hoeverre een gestelde regel maatschappelijk effect boeit mij mateloos. De tweede stap kwam met mijn intrede in het georganiseerde bedrijfsleven van de brancheorganisaties en de derde volgde met mijn stap naar de VVD in de lokale en regionale  politiek. Een vierde stap naar de landelijke VVD en de landelijke politiek past in dit rijtje. 

Vanuit mijn professionele achtergrond kan ik in de VVD TK-fractie een bijdrage leveren met een inhoudelijke affiniteit met het maken en beoordelen van  wetgeving, bestuursrecht en bestuurskundige processen, rechtsbescherming, economische ontwikkeling, Europese innovatieprogramma s, water & deltatechnologie, innovatie en  georganiseerde (mkb)bedrijfsleven.

Voor mijn militaire diens, studie en eerste werkzaamheden woonde ik van 1986 tot 1997 in Groningen en heb daardoor warme gevoelens voor het noordoosten van ons land. Vanwege mijn huidige woonplaats en mijn politieke activiteiten van de laatste 10 jaar heb ik een geografische betrokkenheid bij Zuid-Holland met een politiek en bestuurlijk netwerk. Tenslotte wil ik mijn ervaring in het politiek-bestuurlijke handwerk op lokaal, regionaal en provinciaal niveau voor de VVD inzetten in de Tweede Kamer zowel als in het land in de zaaltjes om liberale idealen en standpunten verder uit te dragen, om naar (kritische) leden te luisteren en met hen in debat te gaan.

 

Stem VVD, en als ik u aanspreek, stem op mij.

Met liberale groet,

Ronald Vuijk

Welstandscommissie niet zomaar afschaffen

Geplaatst op dinsdag 25 november 2008; reacties

Om te mogen toetsen aan redelijke eisen van welstand, dit wil zeggen dat een bouwplan architectonisch past in een omgeving, moet een gemeente vanaf 1 juli 2004 een welstandsbeleid hebben, vastgelegd in een welstandsnota. Het welstandsbeleid wordt vastgesteld door de raad.

 
De welstandsnota is gebaseerd op artikel 12a van de Woningwet. In deze nota zijn de beleidsregels vastgelegd met daarin de welstandscriteria en welstandskaders die worden toegepast bij de welstands-beoordeling van de bouwplannen. Elke bouwaanvraag moet worden getoetst aan 'redelijke eisen van welstand'. Als een bouwplan niet aan de welstandseisen voldoet, mag er geen bouwvergunning worden afgegeven, tenzij het gemeentebestuur vindt dat andere argumenten nog zwaarder wegen. Het is de wethouder, en uiteindelijk het college, dat bepaalt of een bouwplan voldoet aan de welstandseisen, maar daarbij laat hij zich adviseren door een onafhankelijke welstandscommissie. Die commissie wordt door de gemeenteraad benoemd voor een periode van drie jaar. In Delft bestaat de commissie uit deskundigen - architecten, stedenbouwkundigen en monumenten-deskundigen.
 
De gemeente legt in een welstandsnota zo concreet mogelijk vast welke welstandscriteria gelden voor de verschillende delen van de gemeente. Die criteria zijn ontleend aan een beschrijving van de identiteit van de betreffende buurt of wijk. Wanneer men vergunningsvrij mag bouwen, hoeft men niet te voldoen aan de criteria uit de welstandsnota. Maar er geldt dan wel dat het bouwplan niet al te sterk mag afwijken van de redelijke eisen van welstand. Heeft men wel een bouwvergunning nodig, dan wordt het bouwplan door de gemeente getoetst aan de eisen in de welstandsnota. Heeft de betreffende gemeente geen welstandsnota opgesteld, dan kan de gemeente de plannen ook niet op welstand beoordelen en vindt er geen toetsing plaats. De welstandsnota moet jaarlijks worden geëvalueerd. De welstandsnota kan alleen worden aangepast door een besluit van de gemeenteraad, nadat er een inspraakronde is geweest.
 
Voor elke reguliere bouwvergunning moet nu nog advies worden gevraagd aan de welstandscommissie. Die eis wil het kabinet laten vervallen. Gemeenten kunnen, aldus het kabinet, heel goed zelf bepalen hoe bouwplannen worden getoetst aan de welstandsnota. Dat kan procedures versnellen. Ook wil het kabinet dat welstandsbeleid deel gaat uitmaken van het bestemmingsplan. Hierdoor ontstaat een betere afstemming met het ruimtelijk beleid. Daarbij zal worden bepaald dat welstandsbeleid zich alleen nog mag richten op het uiterlijk van bouwwerken, zoals de materialen, kleuren en onderlinge verhoudingen van de samenstellende bouwdelen. Het vaststellen van het welstandsbeleid is op grond van de wet een bevoegdheid van de raad. Delft heeft een gecombineerde welstands- en monumentencommissie.
 
Liberalen zijn in beginsel tegen betutteling en regelzucht. Welstand wordt veelal gezien als een vergaande vorm van betutteling en regelzucht. Betutteling en regelzucht kan niet hard genoeg bestreden worden. Vandaar dat in liberale kringen vaak hartstochtelijk stelling genomen wordt tegen welstandscommissies.
 
Delft ontleent haar identiteit echter grotendeels aan de monumentale binnenstad en bijzondere wederopbouw architectuur. Met name de binnenstad is zonder de welstandsbescherming weerloos tegenover de druk op nieuwbouw- en verbouwprojecten. Vertegenwoordigers van bewonersverenigingen uit de binnenstad en Delfia Batavorum pleiten daarom bij mij voor versterking van de monumentendeskundigheid in de welstands- en monumentencommissie.
 
Vanwege het bijzonder monumentale karakter van Delft, de bijzondere waarde voor de identiteit van de stad sta ik in deze specifieke situatie positief tegenover het beschermen van monumentale waarden van de stad met een gecombineerde welstands- en monumentencommissie.

Ronald Vuijk

 

Super spits die maar niet kwam...

Geplaatst op maandag 24 november 2008; reacties

De maandag is traditoneel een dag van ambtelijk overleg. Er was een superspits aangekondigd waardoor autoforenzen besloten later van huis te gaan. Werkzaamheden aan het spoor waren uitgelopen waardoor treinforenzen niet naar Delft konden komen. Er viel af en toe een sneeuwbui en verder scheen de zon. Het recept voor chaos in de agenda door fout lopende afspraken.

Om de werkzaamheden in het Watercentrum aan het Crommelinplein te benadrukken worden mijn overleggen daar georganiseerd. Het is leuk te zien dat het gebouw langzaam tot leven komt. De bedrijven van projectdirecteur Regio Stad Water Land,  Henriette Welle Donker, tekenden inmiddels de antikraak huurcontracten en zijn bezig er in te trekken. De sleutels zijn beschikbaar. Ook kwamen de eerste onderdelen van de expo aan die in de hal worden opgesteld. Het gebouw komt tot leven.

In de middag sprak ik met wethouder Henk Kool van Den Haag en wethouder Piet van den Berg van Midden-Delfland in het dagelijks bestuur van het Bedrijvenschap Harnaschpolder. Belangrijkste onderwerp is daar de voortgang van de onderhandelingen met de ontwikkelaars over de gronduitgifte. Taaie materie waarover hard en zakelijk onderhandeld wordt. Henk en Piet zorgen als ervaren bestuurders samen met directeur Dick van der Harst altijd voor een plezierige en ontspannen sfeer, ik ga er altijd met plezier naar toe.

's Avonds woonde ik de fractievergadering van de VVD Delft bij. Onder leiding van fractievoorzitter Lennart Harpe werd teruggekeken naar de vorige maand en bereidde de fractie de komende raadsvergadering voor. Ook werd teruggekeken op de publicatie in het Algemeen Dagblad van zaterdag jl. over de toekomstige noordelijke parkeergarage. Geconstateerd werd dat journalist Julia Broos van het AD een goed stuk had geschreven waarin mijn visie op de ontwikkeling van de binnenstad goed en scherp naar voren kwam. In het bijzonder dat ook  geparkeerde fietsen in de binnenstad ook uit het straatbeeld moeten verdwijnen is nieuw in de discussie.  Het oerwoud van geparkeerde fietsen is de nieuwe ergernis in de binnenstad. De fractievoorzitter vertelde dat hij inmiddels had gehoord dat niet alle fracties in de raad deze visie zonder meer deelden en dat er nog wel politiek debat over zou volgen.

Ik zie die discussie met vertrouwen tegemoet. Politiek debat over de toekomst van de stad, dat is waar politiek en stadsbestuur over moet gaan.

Ronald Vuijk

 

 

Rintje Ritsma, letters GGD, Zuidkolk, INHOLLAND en Nadeelcompensatie

Geplaatst op donderdag 20 november 2008; reacties

 

De dag begon met bestuurlijke werkzaamheden voor de Bob- en Slee Bond Nederland. De Olympische ambities voor de Spelen in Vancouver in 2010 leiden tot verdergaande professionalisering. Dit najaar is een sponsorreglement tot stand gekomen en is in samenwerking met het NOC*NSF voormalige Olympisch schaatser Rintje Ritsma aangetrokken als teammanager. Vanochtend kon ik de Atletencommissie en de Commissie Topsport van de BSBN melden dat de adviestrajecten over het sponsorreglement zijn afgerond. Tenslotte kon ik aan de leden het sponsDorreglement bekendmaken. Weer een stap vooruit in de ontwikkeling van de topsport.  
 

Vanaf 9u waren er ontmoetingen in het Watercentrum aan het Crommelinplein. Er wordt hard gewerkt aan de eerste tijdelijke inrichting van het Watercentrum en de informele opening op maandag 1 december. Het gebouw is nu nog leeg, vanaf maandag gaat het vollopen en gaat het bruisen. Nog nog sieren de letters "GGD" de gevel maar die gaan er volgende week af, wethouder Rensen wil die letters graag hebben... volgens de staf geen probleem. In de loop van de ochtend kwam D66er Lucas Vokurka zijn opwachting maken om te praten over kansen in de kenniseconomie met het Westland en de hogeschool Inholland, ontwikkelingen waar hij nauw bij betrokken is. Tenslotte besprak ik met de ambtelijke staf de voortgang over een convenant met het Hoogheemraadschap om Delft en Delflanden te betrekken bij praktijk experimenten in de deltatechnologie, werd gesproken over de voortgang om startende bedrijvigheid in de deltatechnologie te stimuleren.

 De middag werd gebruikt om het vraagstuk van het beheer van de Zuidkolk te bestuderen. Het is een juridisch, politiek en bestuurlijk lastig dossier dat al twintig jaar speelt en waarover ik inmiddels twee keer met gedeputeerde Asje van Dijk heb gesproken. De raad heeft gevraagd om een oplossing en ik heb mij voorgenomen om samen met de provincie tot een voor alle partijen dragelijke oplossing te komen. Deze week is de laatste gevraagde informatie van de provincie ontvangen en wordt de voorbereiding van het dossier afgerond.

Later in de middag volgde een bezoek aan de Hogeschool INHOLLAND Delft die het met de nieuwbouw aan de Rotterdamse weg het hoogste punt heeft bereikt. Hogeschool INHOLLAND bouwt een bijzonder markant gebouw op een fraaie locatie bij de Technische Universiteit Delft. In de zomer van 2009 wordt het gebouw in gebruik genomen. Samen met Lucas Vokurka sprak ik met Geert Dales, voorzitter van het college van bestuur van INHOLLAND, over het thema Water & Deltatechnologie met de gedachte om de mogelijkheid van een specifieke studierichting te onderzoeken.

 ’s Avonds volgde ik de procedurevergadering van de raadscommissie EMCR. De procedurevergadering is een nieuw element in de Delftse politiek met een eigen dynamiek. Wat ik zeer toe juich is een veel zorgvuldiger weging van stukken aan de hand van de vraag of het al dan niet een raadsbevoegdheid betreft. Stukken die geen raadsbevoegdheid betreffen worden niet meer besproken, dat gaat ongetwijfeld veel tijd schelen die effectiever kan worden ingezet. Het college van burgemeester en wethouders moet nog wennen aan het feit dat de sturing op de procedure van de eigen stukken minder direct is geworden. Tot nu toe vind ik het een goede ontwikkeling. VVD-fractievoorzitter Lennart Harpe vroeg in de commissie aandacht voor de kwestie van de nadeelcompensatie door dit onderwerp in december te willen agenderen. Het is een belangrijk VVD punt dat ruimhartig door de raadscommissie werd gesteund en dat ook in het college van burgemeester en wethouders op grote belangstelling kan rekenen. Ik ben van mening dat de nadeelcompensatieregeling niet goed lijkt te functioneren. Het hebben van een nadeelcompensatieregeling wordt door de overheid gebruikt om ingrijpende beleidsbeslissingen te kunnen nemen  waarbij individuele burgers mogelijk nadeel ondervinden, dat mogelijk nadeel is dan geen reden om de beleidsbeslissing niet te nemen want het geleden nadeel wordt via die regeling vergoed. De praktijk is weerbarstiger.  Burgers die een claim indienen moeten in bijna alle gevallen naar de rechter om hun gelijk te krijgen. Er wordt bijna altijd doorgeprocedeerd tot in hoogste instantie. Er zijn bij mij nog geen gevallen bekend waarbij geclaimd nadeel leidde tot een vergoeding van nadeel. Daardoor verliest de nadeelcompensatie zijn geloofwaardigheid als instrument van beleid.  Samen met gemeentejurist en expert in het publiekrecht Erik Moesker onderzoek ik de mogelijkheden om de knelpunten van de nadeelcompensatie aan te pakken, en ik ben optimistisch gestemd over de kansen dat dat gaat lukken.

Ronald Vuijk

Parkeergarage, WFIA, Hart in 3D en Water met de PvdA

Geplaatst op woensdag 19 november 2008; reacties

De dag begon met een aardige gedachtenwisseling over de noordelijke parkeergarage met VVD-raadslid Leja van der Hoek. Aanleiding was het behoefte-onderzoek dat de gemeente nu uitvoert onder bewoners van de binnenstad.  Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt mijn visie op de noordelijke binnenstad nog eens aan te scherpen en met de VVD-fractie te delen. Waar het om gaat is de visie op de ontwikkeling van de stad en de bereikbaarheid in de komende 30 jaar. Wij willen een bereikbare binnenstad waar het goed wonen, werken, winkelen en verblijven is. De druk op de binnenstad is groot en het gebied is door zijn monumentale status en ouderdom kwetsbaar. De binnenstad moet beschermd worden.  Het denken over de noordelijke parkeergarage gaat door  en veel belanghebbenden zijn overtuigd van de noodzaak van een aanvullende gebouwde parkeervoorziening voor de noordelijke binnenstad.  Het is dan nu het juiste moment om een breed gedragen standpunt over de fasering, de plaats en de gewenste omvang van de garage na te streven. Mijn standpunt is die garage volledig ondergronds te realiseren onder het kruispunt bij de Watertoren-Wateringsevest-Noordeinde-Wateringseweg. Qua grootte vergelijkbaar met de garage  Zuidpoort, met ruimte voor busparkeren en fietskluizen. Parkeren kan publiek met een ticket, met abonnement en met koop. De voetgangersuitgangen worden zo ingericht dat de noordelijke binnenstad toegankelijk is en ook het oostelijk DSM/Calve gebied bediend wordt. Tegelijkertijd wordt het binnenstadsbeleid er op gericht dat parkeren op maaiveld in de hele binnenstad verdwijnt, parkeren voor binnenstadbewoners en -gebruikers op en onder eigen terrein gestimuleerd wordt (bv idee van HdB over een geautomatiseerde parkeervoorziening onder de Paardemarkt) alsook doorgaand autoverkeer door de binnenstad onmogelijk wordt. Pollers zijn vanuit deze visie niet nodig. Om verdere schade aan huizen, bruggen en wegen te voorkomen worden zware vrachtauto's en bussen geweerd. Tenslotte worden ook de geparkeerde fietsen van de straat gehaald met ondergrondse dan wel inpandig gerealiseerde fietsenstallingen verspreid in het winkelgebied. De garage zou gebouwd kunnen worden nadat de garages in de Spoorzone zijn gebouwd en opgeleverd, hetgeen betekent dat omstreeks 2014 de bouw zou kunnen starten.

 

‘s Ochtends voerde ik met de Raad van Participanten van de West-Holland Foreign Investment Agency (WFIA) in Den Haag onder leiding van wethouder Frits Huffnagel een overleg met oud-staatsecretaris Ybema. Als voorzitter van de commissie Ybema en de Raad van Toezicht heeft hij de WFIA geprofessionaliseerd met als gevolg dat WFIA goed functioneert en in rustiger vaarwater terecht is gekomen. De WFIA groeit nu zowel Lansingerland als Westland overwegen om zich aan te sluiten. Ook geeft de WFIA aan actief te zoeken naar mogelijkheden voor investeringen in de Water & Deltatechnologie, een nadrukkelijk verzoek vanuit Delft. Ik juich deze onwikkelingen bijzonder toe omdat Delft veel economische ambitie heeft, zich richt op het versterken de rol van water in de stad en zich thuis voelt tussen buurgemeenten die ook ambitieus blijken te zijn.
 
 In de middag bracht ik een werkbezoek aan het Delfts bedrijf Oldelft. Dit bedrijf is penvoerder van het project Hart in 3D. In het kader van Pieken in de Delta ontwikkelt een Medical Delta consortium van onderzoeksinstellingen en bedrijven nieuwe technologie waarmee een bewegend hart drie dimensionaal real-time zichtbaar is te maken. Die techniek maakt gebruik van hoogfrequent geluid, ultrasound. Dat is een beproefde methode om het hart van buitenaf te kunnen zien. De afstand van de borst naar het hart is echter te groot om de details goed waar te nemen. De slokdarm ligt naast het hart waardoor dit een prima ingang is om dichterbij het hart te komen. Via een probe is het nu al mogelijk om twee-dimensionale beelden real-time te verkrijgen. Real-time drie-dimensionale beelden zijn veel moeilijker op het scherm te krijgen omdat het hart constant beweegt. Dit project ontwikkelt een probe, een sensor, die dat wel kan. Hart in 3D is in november 2007 gestart en Oldelft heeft de eerste patentaanvraag ingediend. Eind 2009 is een eerste prototype gereed en eind 2011 wordt een gebruiksklare toepassing verwacht. Het is een unieke samenwerking van Oldelft met Technische Universiteit Delft, Erasmus Universiteit, Erasmus Medisch Centrum, Leiden Universitair Medisch Centrum en de Universiteit Leiden. Delft heeft een subsidie verstrekt. Het is een samenwerkingsproject waar ik bijzonder trots op ben.
 
De dag eindigde met het bijwonen van een boeiend Lagerhuisdebat in het Techniek Ontmoetings Punt, georganiseerd door de PvdA. Onder leiding Bert Satijn, directeur van de stichting Leven Met Water hielden sprekers prikkelende inleidingen.  Elgard van Leeuwen van Deltares wees er op dat technisch deskundigen en bestuurders gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de gekozen technische oplossingen moeten dragen. Jaap van Duyn, van de Commissie Veerman benadrukte dat anderhalf miljard per jaar voor deltatechnische oplossingen heel weinig is om de 3000 miljard economisch bezit achter de dijken (waarvan 1800 miljard onder de zeespiegel) tegen overstromingen te beschermen. Frank Bazelmans rekende ons voor dat er ongeveer 120 miljoen euro aan onderzoeksgelden beschikbaar zou komen met 600 arbeidsplaatsen en waarschuwde voor politiek en bestuurlijke besluiteloosheid waardoor Delft de boot letterlijk zou kunnen missen.
 
Ronald Vuijk
Wethouder Economische zaken en Dienstverlening

Europa

Geplaatst op zaterdag 15 november 2008; reacties

Vandaag is de dag van de Algemene Leden Vergadering van de VVD in De Doelen in Rotterdam. Op de agenda stond de vaststelling van het verkiezingsprogramma voor de verkiezingen van het Europees Parlement.  

Ik herinnerde mij een toespraak van Frits Bolkestein in 2004 waarin hij sprak over de Veelvolkeren Unie. Hij wees op de merkwaardige staatkundige geschiedenis van het oost-Europa in de vorige eeuw.  

 

In Hongarije bestaat een grapje over een man die in de plaats Ungvar woonde. Hij kreeg de vraag in hoeveel landen hij had geleefd. De antwoordde: “vijf”. “Dan zult u wel veel hebben gereisd”, merkte de vraagsteller op. “Nee”, zei de man, “Ik ben altijd in dezelfde plaats blijven wonen. Eerst woonde ik in Hongarije, toen in Tsjecho-Slowakije, daarna in de Oekraine, vervolgens in de Sowjet-Unie en nu weer in de Oekraine”. De man was dus nooit verhuisd maar boven zijn hoofd waren de staten veranderd.
 
Het herinnert mij aan de noodzaak van een stabiel Europa, het belang van de Europese verkiezingen en het belang van een krachtige, luide liberale stem in Europa.
 
Ronald Vuijk, Europeaan
Voeg toe aan Delicious Voeg toe aan NUjij Voeg toe aan Google bookmarks Voeg toe aan Linked In Voeg toe aan NUjij Voeg toe aan Technorati Voeg toe aan Twitter 
© 2010 VVD Delft  |  Colofon  |  RSS | Sitemap