| VVD Delft > Weblog overzicht > Ronald Vuijk |
Met groot enthousiasme stel ik mij voor de VVD als volksvertegenwoordiger beschikbaar voor de verkiezingen van de Tweede Kamer van 2010
Mijn naam is Ronald Vuijk, en 44 jaar geleden geboren in de Wognumstraat in Den Haag. Sinds 2000 woon ik in Delft en ben politiek actief geworden voor de VVD. In Groningen studeerde ik van 1988 tot 1994 Nederlands recht en juridische bestuurswetenschappen. Myrna en ik zijn samen de trotse ouders van dochter Jeanna (9) en zoon Jens (5).
In mijn vrije tijd lees ik graag een boek en ben actief in het bestuur van de Bob- en Slee Bond Nederland. Vanuit mijn Groningse studententijd heb ik door GSR Aegir nog steeds een zwak voor het nationale toproeien. De Head, de Oude Vier op de Varsity, De Bosbaan, Hollandia en de Koninklijke roepen en trekken nog steeds.
Politiek actief werd ik om mee te praten en mee te beslissen over maatschappelijke problemen. Nederland is een land waarin het comfortabel leven is, en dat moet zo blijven. De juridificering van de maatschappij is echter zo gegroeid dat de overheid de burger eerder belemmert in plaats van vrij laat en vertrouwen geeft. De overheid beschrijft niet alleen wat er moet gebeuren maar tot in detail ook hoe dat moet gebeuren. Bedrijvigheid en innovatie worden daardoor afgeremd. Vernieuwing komt niet dankzij, maar ondanks de betuttelende overheid tot stand. Mensen zoeken naar wegen om onder regels uit te komen, zelfs de overheid doet dat en noemt dat gedogen. De regering hoort stimulerende kaders en transparante randvoorwaarden te stellen.
Daarnaast werd ik ook politiek actief om mee te praten en mee te beslissen over maatschappelijke oplossingen. De liberale uitgangspunten vormen voor mij de basis. Bolkestein is mijn voorbeeld. De op inhoud gedreven wijze waarop hij de partij aanvoerde spreekt mij zeer aan. De assertieve en zelfbewuste wijze waarop ik Rutte zich nu als politiek aanvoerder zie ontwikkelen als ook de woorden die ik hem hoor spreken bevestigt mij in mijn veronderstelling dat inhoud en landsbelang de juiste basis is voor het politieke handelen als VVD. Dat is de werkwijze waarin ik mij herken, mij thuis voel en waarvoor ik mij wil inzetten. Als liberaal herken ik mijzelf meer in het ontplooiingsliberalisme en het sociaalliberalisme dan in het klassieke liberalisme en het gedachtegoed van het utilitarisme. Hoewel het onderscheid niet vlijmscherp is: ik sta voor klassieke liberale thema s als een compacte overheid, lage belastingen en weinig regels als ook voor meer sociale thema s die redenerend vanuit de positieve vrijheid opkomen voor sociale voorzieningen voor zij die aan het kortste eind trekken en goed onderwijs voor onze kinderen. Ik sta daardoor voor een actieve rol voor de staat om te zorgen dat individuen tot ontplooiing komen en ook voor actief burgerschap in bijvoorbeeld verenigingen, clubs of internationale hulporganisaties. Liberalisme is voor mij niet ieder voor zich . Als politicus en volksvertegenwoordiger ben ik geen intellectueel maar een realist, vooral het politieke resultaat telt. Politiek bedrijven is vooral ook hard werken.
Het lijstje grote politieke thema s van Bolkestein van 2004 raakte mij en is nog steeds actueel: de rechtstaat (terrorisme, criminaliteit, rechtszekerheid, privacy); de sociaaleconomische toestand (arbeidsparticipatie, productiviteit, groei van de economie); een uitgebreide Europese Unie (de lotsverbondenheid van Nederlanders met de EU); de afhankelijkheid van energiebronnen van buiten de Unie; immigratie en moeizame integratie; en de demografische crisis (vergrijzing, daling van de economische groei en van de productiviteit). Dit lijstje is herkenbaar in de huidige VVD-thema s Veiligheid, Bereikbaarheid en Economie. Ik wil vanuit de VVD met die kaders en randvoorwaarden mensen zelf de ruimte geven om keuzes te maken. Te beginnen met minder regels.
In 2002 ben ik voor de VVD Delft in de gemeenteraad gekozen en volgde in het najaar van 2002 Wil Steffen op als fractievoorzitter. In 2005 volgde ik Christiaan Baljé op als wethouder. In 2006 nam ik als lijsttrekker deel aan de verkiezingen, aansluitend volgde de herbenoeming als wethouder in een college met PvdA, Groenlinks en STIP (Lokale studentenpartij). Als wethouder ben ik verantwoordelijk voor de portefeuille Kennisstad & Economie, Dienstverlening, Vastgoed & Grondzaken, ICT, Huisvesting en de projecten Science Park Technopolis, Harnaschpolder en Schie-oevers. Daarnaast worden bestuurlijke en politieke nevenfuncties vervuld. In 2006 schreef ik mee aan het programma voor de VVD in de provincie Zuid-Holland.
Naast overtuigd liberaal ben ik ook overtuigd democraat. Lokaal, regionaal en provinciaal zie ik hoe de sociaaldemocraten en de leefbaren met democratie omgaan. Namelijk dat sociaaldemocraten weten wat goed voor de burger is , socialisten zijn bemoeials en de leefbaren wantrouwen het huidige politieke systeem zo dat samenwerken met zij die dat systeem verpersoonlijken per definitie onmogelijk is. Dat maakt voor mij duidelijk dat democratie naast aangehangen, ook met hart en ziel verdedigd moet worden. In de dagelijkse politieke praktijk betekent dat resultaten behalen. In Delft heb ik bijvoorbeeld daarvoor als wethouder het wekelijks spreekuur voor burgers ingesteld. Ook de zondagsopening van winkels in heel Delft is in mijn periode tot stand gekomen. In Delft spelen enkele dossiers met nationale impact zoals de A4 en de ondertunneling van het spoor. Vanuit mijn politieke functies en dossiers heb ik ervaren hoe onvoorstelbaar hard er in coalities dagelijks geknokt moet worden om de liberale uitgangspunten te vertalen in concreet politiek resultaat. Politiek-bestuurlijke processen moeten nauwgezet bewaakt worden vanaf concept tot uitvoeringsdetail. Voor de periode 2010 2014 sta ik nummer 2 op de kandidatenlijst en ben wethouderskandidaat. Indien wij lokaal in de oppositierol terecht komen pak ik de volksvertegenwoordigende rol in de gemeenteraad op.
Waarom in de Tweede Kamer?
Het namens de kiezer dienen van het openbaar bestuur door het kabinet te controleren en op te treden als mede-wetgever is eervol werk. Dan kan vanuit de oppositierol en als regeringspartij. De keuze voor Nederlands recht en juridische bestuurswetenschappen aan de RuG in 1988 was voor mij een eerste stap richting het openbaar bestuur. De wetenschappelijke vraag in hoeverre een gestelde regel maatschappelijk effect boeit mij mateloos. De tweede stap kwam met mijn intrede in het georganiseerde bedrijfsleven van de brancheorganisaties en de derde volgde met mijn stap naar de VVD in de lokale en regionale politiek. Een vierde stap naar de landelijke VVD en de landelijke politiek past in dit rijtje.
Vanuit mijn professionele achtergrond kan ik in de VVD TK-fractie een bijdrage leveren met een inhoudelijke affiniteit met het maken en beoordelen van wetgeving, bestuursrecht en bestuurskundige processen, rechtsbescherming, economische ontwikkeling, Europese innovatieprogramma s, water & deltatechnologie, innovatie en georganiseerde (mkb)bedrijfsleven.
Voor mijn militaire diens, studie en eerste werkzaamheden woonde ik van 1986 tot 1997 in Groningen en heb daardoor warme gevoelens voor het noordoosten van ons land. Vanwege mijn huidige woonplaats en mijn politieke activiteiten van de laatste 10 jaar heb ik een geografische betrokkenheid bij Zuid-Holland met een politiek en bestuurlijk netwerk. Tenslotte wil ik mijn ervaring in het politiek-bestuurlijke handwerk op lokaal, regionaal en provinciaal niveau voor de VVD inzetten in de Tweede Kamer zowel als in het land in de zaaltjes om liberale idealen en standpunten verder uit te dragen, om naar (kritische) leden te luisteren en met hen in debat te gaan.
Stem VVD, en als ik u aanspreek, stem op mij.
Met liberale groet,
Ronald Vuijk
Geplaatst op woensdag 22 augustus 2007; reacties
De liberalen in Delft hebben gezegd zich in de periode 2006-2010 sterk te maken voor het verbeteren van de dienstverlening voor bedrijven door het instellen van 1 loket, waar ondernemers terecht kunnen voor vragen, knelpunten of klachten. Dit streven past goed in landelijke en internationale ontwikkelingen.
Het Europees parlement heeft eind 2006 de Dienstenrichtlijn van de oud-VVD voorman en destijds EU-commissaris Frits Bolkestein aangenomen. Deze richtlijn gaat drempels voor grensoverschrijdende dienstverlening wegnemen. Een belangrijk onderdeel is een Europees bedrijvenloket dat bijvoorbeeld de Poolse loodgieter in staat stelt van achter zijn pc in Warschau alle informatie en noodzakelijke transacties met de Nederlandse overheid af te handelen wanneer hij hier opdrachten gaat uitvoeren.
PvdA, VVD, Groenlinks en STIP hebben in 2006 met elkaar afgesproken te investeren in een Klant Contact Centrum. Het gaat dan om een centrale toegang tot de gemeente met 1 centraal telefoonnummer en 1 e-mailadres. Het klantcontactcentrum gaat uit van de logica van de burger en helpt snel de weg te vinden naar informatie en diensten.
Bestuurlijke lastigheid is dat de invoering van een Klant Contact Centrum een brede aanpak vraagt waarbij meerdere bestuurslagen, organisaties en organisatieonderdelen betrokken zijn. Het lijkt op een gezelschapsspel met heel veel spelers met allen eigen doelgroepen, werkwijzen en culturen. Dit vraagt een grote bestuurlijke inzet en kost veel tijd.
Delft is inmiddels in volle gang met de invoering van het Klant Contact Centrum en werkt samen met andere gemeenten in Nederland voor de aanschaf van de benodigde softwaresystemen en werkt onder VNG vlag samen met omliggende gemeenten in de regio.
Een goed voorbeeld van wat de burger in Delft er van merkt is de aannemersdagkaart voor dienstverleners die in de binnenstad werken moeten uitvoeren. Voor een parkeerkaart hoeven zij niet meer naar het loket van het stadskantoor. Alles kan geregeld worden vanachter de pc. Voor het ophalen van bijvoorbeeld een paspoort of een rijbewijs kan digitaal een afspraak worden gemaakt waardoor zonder wachttijd de documenten kunnen worden opgehaald. Een ander voorbeeld is dat burgers die te maken krijgen met grote projecten in hun buurt informatie over die projecten eenvoudig van de gemeentesite kunnen halen. Van eenvoudige informatie over de bouwvergunning tot technische rapporten en evaluaties. Transparantie, efficiëntie en doelmatigheid, daar gaat het om.
De eerder genoemde Poolse aannemer kan voor zijn personeel dat in Delft een opdracht uitvoert vanuit Warschau de aannemersdagkaart regelen. Delft denkt na over dienstverlening nu en in de toekomst en wil landelijk met innovatieve dienstverleningsconcepten in de voorhoede mee lopen.
Geplaatst op maandag 20 augustus 2007; reacties
Onlangs riep de Haagse woningbouwvereniging Staedion op tot het schrappen van de woonruimteverdeling van sociale woningen. Staedion wil dat mensen zelf kunnen kiezen welke woning bij hun past. Met deze werkwijze denkt Staedion dat verloedering van de wijken kan worden tegengegaan. Bijkomend voordeel is, volgens Staedion, dat er niet meer gelet hoeft te worden op leeftijd, inkomen, en huishoudtype van de huurders. Een voor VVD’ers herkenbaar en buitengewoon liberaal uitgangspunt.
Komkommernieuws van Staedion in de Delft op Zondag of echt nieuws? Helaas is de werkelijkheid in de woonruimteverdeling weerbarstig. Directeur van Vidomes Marja van Leeuwen wijst dit resoluut van de hand omdat dan het recht van de sterkste en de snelste internetverbinding gaat gelden. En dat zou je niet moeten willen.
De VVD in de Delft volgt in het algemeen de landelijk VVD-gedachte van schrappen van overbodige regels. Het schrappen van de woonruimteverdeling lijkt echter een brug te ver. De VVD landelijk stelt dat de woningmarkt op slot zit. Het schrappen van de woonruimteverdeling kan daaraan niets bijdragen of oplossen. De keuzevrijheid op de woningmarkt is veel te klein. Niet alleen zijn er te weinig woningen, het aanbod dat er is voldoet ook niet goed aan de vraag. Er is kort gezegd een tekort aan huizen met een tuin en er zijn teveel appartementen. Nieuwbouw is de motor achter beweging op de woningmarkt. Daarnaast kan ook de herstructurering van oude wijken met kracht worden opgepakt.
De VVD in Delft heeft meer concreet in het verkiezingsprogramma “De VVD werkt in Delft 2006-2010” ook gezegd dat er voldoende woningvoorraad moet zijn voor starters (waar onder studenten en niet-studerende jongeren) en minder-draagkrachtigen op een laag huur- of koopprijsniveau. Ook wil de VVD-Delft speciale woonvormen voor senioren en een eerlijke kans voor grote gezinnen. Wensen waarbij meer bouwen, bouwen wat mensen willen en verdelen van schaarse woonruimte bij elkaar komen.
In Delft hebben PvdA, VVD, Groenlinks en STIP in 2006 samen afgesproken het scheef wonen terug te dringen, wachttijden te beperken, mee te werken aan huur-koopconstructies, duurzaam en levensloop bestendig bouwen. Ook illegale verhuur van woningen wordt actief tegengegaan. Zonder regels over woonruimteverdeling kunnen deze voornemens geen daadwerkelijke gestalte krijgen.Delft is een stad tussen Rotterdam en Den Haag in met een plezierige woonomgeving. De druk op de woningmarkt is enorm.
In de regio Haaglanden waar Delft deel van uit maakt heeft de overheid een onmiskenbare rol in de woonruimteverdeling totdat er zoveel gebouwd wordt dat er van echte keuzevrijheid gesproken worden. Mijn inschatting is dat voor het schrappen van de woonruimteverdeling in Delft nauwelijks politiek draagvlak is. Het verhaal in de Delft op Zondag over Staedion lijkt aldus een zomerkomkommer.
Geplaatst op zaterdag 18 augustus 2007; reacties
Opnieuw is reptielenzoo Serpo in het nieuws. Deze keer kondigt directeur Getreuer aan te verhuizen naar de nieuwe gemeente Lansingerland, de nieuwe fusiegemeente van voormalig Bergschenhoek, Berkel en Rodenrijs en Bleiswijk, gelegen tussen Pijnacker-Nootdorp en Rotterdam. Al eerder kondigde Getreuer zijn definitieve vertrek uit Delft aan met een verhuizing naar Zoetermeer. De aankondiging van de verhuizing naar Lansingerland lijkt wat voorbarig nu de gemeente Lansingerland laat weten dat er nog geen afspraken met Serpo gemaakt zijn. Toch zou het goed zijn als Serpo zijn definitieve bestemming gaat vinden. Eindelijk rust voor een instituut dat oorspronkelijk als een soort reizende tentoonstelling is begonnen.
Serpo trekt in Delft jaarlijks ongeveer 25.000 bezoekers. Alle bezienswaardigheden van Delft samen trekken ongeveer 1 miljoen bezoekers. Serpo is in de jaren dat het nu in Delft gevestigd is uitgegroeid tot een instituut met kennis over reptielen met een nationale status. Dat blijkt ook uit berichten dat wanneer ergens in het land weer eens een giftige slang is ontsnapt Serpo er bij wordt gevraagd om hulp.
Net als wethouders voor mij en wethouders van omliggende gemeenten heb ook ik met directeur Getreuer gesproken over zijn toekomstplannen. In gesprekken was directeur Getreuer altijd heel duidelijk, hij kondigde aan dat als de gemeente Delft zijn ambities niet zou steunen hij met zijn instituut zou vertrekken uit Delft. Ook in de publiciteit wond hij geen doekjes om zijn grootse ambities. Het is moeilijk gebleken om Serpo voor Delft te behouden. De locatie waar Serpo nu zit in de Spoorzone wordt gesloopt en heringericht. Op die plaats kan Serpo niet terugkeren. Het vinden van een nieuwe plek binnen Delft stuit op de grootse ambities van directeur Getreuer waarbij een aanzienlijk stuk "groene" grond nodig is en op een gebrek aan voldoende financiële middelen. Beide zijn nodig om een reptielencentrum neer te zetten van de omvang die Getreuer voor ogen. Een stuk grond van de gewenste omvang is in Delft niet beschikbaar, en als het er wel was zou het in ieder geval niet “voor weinig” zijn.
Ik vind dat de reptielen en medewerkers van Serpo een eigen huis verdienen. Als dat niet in Delft kan dan maar in Lansingerland. Lansingerland reken ik een beetje tot de regio van Delft. Dat betekent dat de meeste medewerkers die nu in Serpo werken er kunnen blijven werken.
Of blijft Serpo toch in Delft? Wie het weet mag het zeggen.
Geplaatst op vrijdag 17 augustus 2007; reacties
Het blijft bijvoorbeeld moeizaam om als ondernemer medewerkers uit het buitenland hier te laten werken. De visaverstrekking lijkt op papier goed geregeld te zijn, in de praktijk blijf ik klachten krijgen. Van de Chinese overheid en Chinese ondernemers, maar ook bijvoorbeeld van een grote Amerikaanse multinational. Meest duidelijke voorbeeld is dat een visum enkel op een in het Nederlands opgesteld formulier is aan te vragen. Iedereen die wel eens Chinees heeft proberen te lezen, kan snappen dat het voor Chinezen buitengewoon moeilijk is een westerse taal te lezen, laat staan het Nederlands. Dit staat niet op zich zelf. Ook de Amerikaanse multinational, beter in staat om onze formulieren te lezen, zeker met de Engelse toelichting heeft er last van. Dat wordt vooral veroorzaakt doordat bijvoorbeeld een formulier dat niet juist is ingevuld er toe leidt dat de aanvraag subiet wordt afgewezen en de betrokken werknemer op korte termijn het land dient te verlaten.
Onlangs sprak ik een vertegenwoordiger van de Chinese overheid die, te hulp geroepen door een Chinese ondernemer en zijn Nederlandse zakenpartner, tegen allerlei praktische problemen aanliep bij het importeren van goederen en daarover met de verantwoordelijke toezichthoudende instanties wilde spreken. De haast was groot want hij kon kiezen: containers terug naar China of hier in Nederland laten vernietigen. Hij kreeg niemand te spreken. Voor ons volkomen logisch, het is vakantie en zes weken lang ligt Nederland stil, hoe ongewenst ook hebben wij ons daar bij neergelegd. Voor de ondernemer in kwestie een ramp en volstrekt onbegrijpelijk.
Een voorbeeld van goede dienstverlening is dat het Delftse Bouw- en Woning Toezicht de meest belangrijke bouwvoorschriften en brieven in het Engels heeft laten vertalen waardoor het eenvoudig in het Chinees kon worden vertaald om het Chinese constructeurs mogelijk te maken het gebouw te ontwerpen volgens de Europese en Nederlandse bouwvoorschriften en toch ook gebruik te kunnen maken van authentieke Chinese bouwmaterialen.
Nu is China zelf ook niet brandschoon, denk aan de mensensmokkel vanuit China en het gebrekkig toezicht op de kwaliteit van gebruikte materialen bij Mattel. Een goede controle is absolute noodzaak. Toch mag het in zijn algemeenheid niet zo zijn dat de goeden leiden onder de kwaden.
Ons land heeft de naam internationaal te zijn, liberaal te zijn, een handelsnatie te zijn. Een kleine rondgang langs Delftse internationale ondernemers en instituten leert dat ons land veel beter kan. Ik ben voornemens voorbeelden te verzamelen van zaken die niet goed gaan en samen met degenen die verantwoordelijk zijn te kijken hoe we hier verbetering in kunnen aanbrengen.
Geplaatst op dinsdag 14 augustus 2007; reacties
Onze strategie van Delft Kennisstad is overal ter wereld zichtbaar en voelbaar. PvdA, VVD, Groenlinks en STIP hebben niet voor niets in 2006 afgesproken deze strategie met hernieuwd elan voort te zetten. Onlangs nam de raad zelf het initiatief om het thema Water te agenderen in een raadsdebat en nam een motie aan waarmee water een vaste plek krijgt in het economisch beleid. Een ambitieus voorbeeld van het samengaan van techniek, water en internationaal ondernemen is het Delfts Cluster. Politiek en bestuurlijk is hierover het laatste woord nog niet gesproken, het bruist van ambitie.
Meer dan de helft van de wereldbevolking woont aan de kust en meer dan 80% van de grootste steden van de wereld liggen in deltagebieden aan zee. Nederland zelf is een goed voorbeeld van een dergelijke delta. Delta’s worden bedreigd door de gevolgen van de klimaatverandering zoals een stijgende zeespiegel, overstromingen. De maatschappelijke gevolgen kunnen enorm zijn. Steden groeien en de roep om bereikbaarheid is sterk. Dit geeft een toenemende druk op ruimtelijke ordening, wij willen immers leven, werken en onze vrije tijd besteden. Deze maatschappelijke vraagstukken leiden tot onderzoeksvragen over bouwen op en onder de grond, water en bodem, watermanagement en integrale ruimteordening.
In Delft Cluster hebben de zes wereldberoemde instituten GeoDelft, WL|Delft Hydraulics, TU Delft, TNO Built Environment and Geosciences, Unesco IHE en KIWA hun kennis samengebracht in een gezamenlijk onderzoeksprogramma onder de naam Delft Cluster.Delft Cluster is op vele plaatsen in de wereld actief. In de Mekong Delta in Cambodja en Vietnam worden wegen gebouwd. In de Mississippidelta wordt samengewerkt met de Coastal Planning & Engineering om eilanden in de delta te beschermen tegen de zee en erosie. In veel ontwikkelingslanden is de kwaliteit van het drinkwater slecht, Delft Cluster doet onderzoek naar legionella en het verwijderen van organisch materiaal uit het water.
Delft Cluster is betrokken bij de bouw van de 2e Maasvlakte, en ook bij de bouw van de olieplatforms van Shell. Voor bijvoorbeeld bruggen wordt gewerkt aan zelfreparerend beton waardoor constructies langer meegaan en veilig blijven. Om de risico’s in Delta’s beter te laten zien en te begrijpen wordt een computermodel ontwikkeld om te voorspellen hoeveel slachtoffers er vallen als een bepaald gebied overstroomd. Delft Cluster heeft een toppositie als het gaat om kennis van geboorde tunnels in zachte grond.
Dit jaar ontstaat een nieuw instituut: Deltares. Een nieuw instituut voor toegepast onderzoek over nationale en internationale Deltavraagstukken. Deltares ontstaat uit onderdelen van het ministerie van Rijkswaterstaat met WL|Delft Hydraulics, GeoDelft en onderdelen van |TNO Built Environment and Geosciences. Dit instituut gaat ongeveer 800 medewerkers tellen en wordt gevestigd in Utrecht en in Delft.
Het grootste deel van Deltares wordt gevestigd in de zuid-westhoek van Technopolis. Het ziet er naar uit dat daar nationale en internationale water kennis een zichtbare plek gaat krijgen op Technolopolis.