| VVD Delft > Nieuws overzicht > Delftse Liberaal > VVD afdeling Delft bestaat 60 jaar (deel 4) |
Delftse Liberaal geplaatst op zondag 16 maart 2008 door Leja van der Hoek
Het 4e deel van 60 jaar VVD in Delft, de lokale politiek in de periode 1970 - 1980.
Het lezen van de handelingen uit deze periode was voor een deel ook het feest van de herkenning, immers een aantal vergaderingen heb ik in persoon bijgewoond. Natuurlijk vond ik het ook leuk te lezen hoe Oele, resp. Gallas hun burgemeesterlijke felicitaties in de raad uitspraken bij de geboorten van mijn kinderen, immers hun vader was destijds gemeenteraadslid.
In de zestiger jaren begon het proces van los komen van de verzuilde samenleving en het zich afzetten tegen het gezag. In de jaren zeventig zien we de resultaten daarvan, ook in de Delftse politiek. Nieuwe stromingen binnen bestaande partijen (Nieuw Links in de PvdA), afscheidingen uit bestaande partijen (PPR uit de KVP) en later samenvoeging van partijen (CHU, ARP en KVP) en al deze nieuwe bezems wilden graag schoon vegen, tijd voor actie dus en in ieder geval voor duidelijke, om niet te zeggen soms harde, woorden in de raad.
In 1970 worden de commissie-vergaderingen openbaar. Dit heeft zeker niet geleid tot kortere raadsvergaderingen. Inmiddels wordt het eindtijdstip in de handelingen opgenomen, raadsleden verlaten regelmatig na middernacht het Stadhuis.
Waren in de 50-er jaren de handelingen van 5 jaar in één handzaam boek te bundelen, in de 70-er jaren kan dat hooguit met de handelingen van twee jaren.
In de raad,met steeds meer partijen, wordt spreektijd ingevoerd bij de begrotingsbehandeling.
Als men spreekt in die tijd over Delft 4, gaat het over Voorhof, ruim 5000 huizen worden gebouwd, en 4 bejaardenverzorgingshuizen en niet te vergeten in 1970 Station Delft Zuid, dat met het oog op het te ontwikkelen Tanthof tijdig werd gerealiseerd.
Nog geen Tanthof dus, maar wel zorg over de uitbreiding van vliegveld Zestienhoven, door veel Delftenaren als een bedreiging gezien waartegen politiek fel werd geageerd. Schriftelijke vragen, een interpellatie in de raad.
Schriftelijke vragen ook over: verdovende middelen in De Eland; strafoplegging aan personeelsleden die weigerden als teller aan de volkstelling mee te doen; huizen aan de Koetlaan (te duur gebouwd voor personeel van de Kabelfabriek) die te lang leeg stonden. Later was de Koetlaan een tijd een raadsledenstraat: nr. 17 Jaap van Duffelen (VVD raadslid 1976-88), nr. 19 Eddy Schrijver (voorzitter afdeling Delft VVD en raadslid 1977-78), nr. 21 Martien van Veen (CDA raadslid 1974-81).
In zijn nieuwjaarsrede 1970 sprak burgemeester Ravesloot verheugd over het feit dat het wetsvoorstel Onroerend goed belasting de Kamers was gepasseerd, goed voor de gemeentelijke financiën. Immers grote uitdagingen lagen voor Delft in het verschiet.
Het Komplan 1956, nog maar 14 jaar oud, moest herzien. Hoe nu verder met de binnenstad ? Snelle veranderingen van inzicht, hoe om te gaan met het verkeer en de bestemming van veel grote gebouwen in de stad stond op losse schroeven.
“Een ton per jaar nodig voor het herstel van vernielingen, dat geld zou beter aan de stadsvernieuwing kunnen worden besteed”, zo uitte de burgemeester zijn zorg.
Een sfeerschets:
De VVD-ster Leny Slootweg gebruikt in een raadsvergadering in 1971 de volgende woorden “ik betreur het dat ik geen Notenboom heet (red. CPN raadslid) dan zou ik eens echt mijn hart kunnen luchten over de situatie bij de bibliotheek !” Managers hebben we daar nodig ! Als de wethouder denkt dat het daar vanzelf wel goed komt omdat de voorzitter van de fractie waaruit hij komt ook voorzitter is van de bibliotheekstichting dan heeft hij het goed mis.
De PvdA-wethouder in zijn beantwoording : Voor particulier initiatief dat hoog geroemd wordt door bepaalde kringen in deze raad dienen we respect te hebben en de financiële zaken komen in bibliotheek ook heus wel op orde.
Von Köningslöw , onze fractievoorzitter, maakt zich bij een tussentijdse wijziging van de APV druk over het verplichte gebruik van plastic zakken om het huisvuil in aan te bieden en ook over de voorgeschreven tijdstippen van buiten zetten, niet te controleren !
Zou na zoveel jaren het geheim onthuld kunnen worden van een agendapunt waarover op verzoek van de VVD (Gé Koot) in beslotenheid werd vergaderd? Het voorstel van de commissie voor goede diensten inzake de ontzegging van verblijf van twee families op het gemeentelijke kampeerpaspoortterrein?
Wat dat laatste woord betekent is al een geheim. In de handelingen van de openbare vergadering staat dat het advies van de commissie wordt gevolgd met de stemmen van de VVD tegen.
Bij de begrotingsbehandeling, november 1971, houdt OttoVon Köningslöw een buitengewoon kritisch verhaal over het financieel beleid van het college. De keus was sluitende begroting versus aanvulling vragen bij gemeentefonds “in de bijstand gaan lopen” zoals hij dat verwoordde. Het college koos voor sluitende begroting.
Otto’s opmerking dat het pakket behoeften altijd groter is dan er aanbod is, kwam hem op de interruptie van Notenboom (CPN) te staan : dat is het principe van elke kapitalist.
Vön Köningslöw vraagt om een kritisch onderzoek naar die taken waarvan de nadelige saldi jaarlijks veel sterker toenemen dan de inkomsten en inflatie kunnen bijhouden.
De vrije ruimte in de begroting, die hij schat op 20% is twaalf miljoen, voor de rest ligt alles vast, dient in samenspraak ook met de bevolking te worden ingevuld.
De behandeling van de begroting met een aantal beleidsnota’s vindt hij ook niet de meest ideale. Ik heb waardering voor die nota’s, maar ik heb de indruk dat geen rekening wordt gehouden met de economische werkelijkheid. Die moet onder ogen worden gezien, nu het Wirdschaftswunder de Wirdschaftswirklichtkeit is geworden, gaan sommigen in een ander sprookje geloven, dat van de struisvogel.
Hij is zeer blij met de aankondiging van het college te komen met een proeve van een meerjarige begroting.
In 1972 wordt de begrotingsbehandeling zonder Vön Köningslöw gehouden, voor het werk verblijft hij buitenslands. Michiel Toppinga voert voor de VVD het woord: zorgen over financiële positie van de stad en ’s lands economie; blij met de groene gordel die om Delft komt, wat recreatie dicht bij huis mogelijk maakt, en de laagbouw in Tanthof.
Zorg om het gebrek aan groen in de binnenstad, daar moet wat aangelegd worden.
Gespeelde ergernis over de “crime prevention” plannen van de politie, “vergeet niet gewoon de straatverlichting te verbeteren, dat dient hetzelfde doel “, is zijn advies.
In december 1972 wordt de Culturele Gemeenschap ingesteld. Gu de Vries vraagt zich af of er op het cultuur gebied voor de raadsleden nog wel wat te doen zal zijn wanneer zoveel is gedelegeerd naar dit orgaan. Zij vindt het excuus van de wethouder “mijn agenda is te vol om van de CG voorzitter te zijn” niet acceptabel. “De wethouder dient de CG voor te zitten om zo nauw mogelijk betrokken te zijn”, stelt Gu.
Januari 1973, na het vertrek van burgemeester Ravesloot (najaar 72), wordt er in de raad geen nieuwjaarstoespraak gehouden. Loco-burgemeester Elfferich spreekt een korte wens uit:
In dagen vol onvrede en ontevredenheid, van bijkans niet meer luisteren naar elkaars argumenten, moeten we het opbrengen onszelf als individu maar ook als groep te dwingen tot bezinning, tot zoeken naar wegen om respect op te brengen voor het standpunt van de ander. We moeten af van het exclusief denken en bereid zijn te groeien naar inclusief denken. De verdraagzaamheid die eeuwen geleden vanuit deze stad op zo eminente wijze werd geleid en onze volksaard heeft gekenmerkt zullen we op eigentijdse wijze opnieuw vorm en inhoud moeten gaan geven.
Vlasblom (SGP/GPV), als nestor van de raad, dankt voor deze indringende woorden aan de raad gericht! En ja, gaat hij verder, de tijd is voorbij dat de politie rustig bij een kop chocolademelk een oliebol kon eten tijdens oudjaarsnacht. Waar moet het naar toe ?
Richting verkiezingen in 1974 lijken de verhoudingen in de raad, maar ook daar buiten, te verscherpen. Lange verhitte discussies over de Veste-plannen, natuurlijk zijn er voor- en tegenstanders van het naar Delft komen van het grootwinkelbedrijf. Bij het 1e bestemmingsplan De Veste voert VVD’er Wagenaar het woord en spreekt over de psychologische barrières tussen oud en nieuw die moeten worden geslecht. Dus college, zorg voor een aantrekkelijke Burgwal en Beestenmarkt om zo de doorloop Veste / Markt te krijgen. Wethouder Kamps moet veel uitleggen, dit punt heeft zeker zijn aandacht.
De aangekondigde aanpak stadsvernieuwing van het gebied Geerweg geeft grote beroering in de stad.
De Volle Maan, moderne kunst in een oud gemeentelijk gebouw, blijft ook niet onbesproken. Gu de Vries: “het stinkt er !” Ter geruststelling van de wethouder voegt ze er aan toe: “ik ben positief verrast door de kwaliteit van de kunst, maar goeie riolering is gewenst.”
Bij de installatie van burgemeester Ad Oele, 5 februari 1973, is de top van PvdA in Delft aanwezig. Tweede Kamer voorzitter Anne Vondeling ( PvdA) voert er o.a. het woord.
De begrotingsbehandeling najaar 1973 was een duidelijke opstap naar de verkiezingen in 1974. Von Köningslöw zijn stokpaardje: de lokale heffingen. “Wat is de rechtvaardiging van belastingen? Je kan nauwelijks meer spreken van belastingrecht ! Niemand zal de noodzaak ontkennen om via belastingen bij te dragen aan een leefbare samenleving. De weerstand ertegen ontstaat als belasting als een politiek instrument wordt gebruikt of als het verband tussen belastingsoort en aanwending volledig zoek is. Ieder jaar liggen er bij de begroting nieuwe belastingvoorstellen, ik heb de indruk dat velen in de raad al zo apathisch hiervoor zijn dat ook deze voorstellen vrijwil kritiekloos worden geaccepteerd. Is het wel zo dringend nodig om twee miljoen extra belasting te gaan innen ? 8,5% salarisverhoging, van burgemeester tot laagste administratieve beambte. Geen gemeentelijke aangelegenheid, maar toch. De Delftenaar gaat in 1974 f. 24,60 meer betalen (straatbelasting, rioolwaterafvoerbelasting, ophaalrechten huisvuil en personele belasting) en daarvan wordt f. 20,00 besteed aan de verhoging van het budget van welzijn. Het college zal zich verdedigen met te verwijzen naar het beginsel van kostendekkende exploitatie, maar wat mij opvalt dat het college dat hanteert voor primaire zaken zoals gas, elektriciteit, water, riool en huisvuilafvoer. Hoe meer wij van de levensbehoeften naar de levensgeneugten gaan, hoe meer wij er collectief op toeleggen. Het meer aan belastingen gaat naar meer culturele en welzijnsdoeleinden. Wil de burger dit? De post welzijn is gegroeid met 24% t.o.v. vorig jaar en met 82% t.o.v. 1971. Voor veiligheid hebben we maar 10% meer over, waaronder dan een regiment parkeerbonnenschrijvers!
Ons paternalistisch college zegt dat we mensen moeten opvoeden tot gebruik van collectieve welzijnsvoorzieningen, die voor een deel een minimale populariteit genieten.
Van de voorgestelde uitbreiding van het gemeentepersoneel met 42,5 man zijn er 14,5 bestemd voor de afdeling welzijn, een uitbreiding van 43% ! Is dit een werkverschaffingsmaatregel ?
Ik heb 8 begrotingen mee mogen behandelen, voorzitter dit is de minst zorgvuldige !
De burger wordt geconfronteerd met een belastingverhoging en dure experimenten, waarvan hij het nut in twijfel trekt.
De VVD fractie schaart zich niet zonder meer achter uw belasting en begrotingsvoorstel.”
Voorts neemt Von Köningslöw een voorschot op de komende raadsverkiezingen door op te merken dat in het monistische systeem geen plaats is voor een programcollege! De verhouding regering parlement is in principe dualistisch. Wij willen in Delft geen regerings-oppositie situatie kopiëren, geen kunstmatige tegenstellingen. Tot welke rampzalige gevolgen polarisatie kan leiding zien wij maar al te duidelijk in deze energiecrisis (red. verwijzing landelijke situatie).
D’66 in de persoon van de heer Bordewijk roept stemmers, die in het eerste uur zijn partij steunden en inmiddels hun heil bij de VVD hebben gezocht, op weer terug te keren naar D’66: “Immers uit het betoog van Von Köningslow blijkt dat hij behoort tot de VVD van Wiegel en die hangt slechts één principe aan, dat van de rechterachterzak. Een antwoord op de huidige maatschappelijke problemen blijft de VVD schuldig.”
De verkiezingen 1974 brengen Delft een linkse meerderheid, PvdA (van 10 naar 14), PPR, CPN en PSP hebben samen 20 van de 37 zetels. In het college komen 3 PvdA-wethouders (Castelijn, Fahrner en mw Kleijn-Westendorp, de eerste vrouwelijke wethouder in Delft) en 2 CDA-wethouders (Weeber en Kroon).
De VVD fractie , 4 man -w.o. oud-wethouder Kamps- en 2 vrouw sterk, aangevoerd door Jhr. Mr. Jan Strick van Linschoten (rijksambtenaar) sprak over een groot misverstand ! Door het programcollege werd het dualisme in de gemeenteraad gebracht en dat hoort daar niet thuis. Als feitelijke breekpunten noemde Strick tijdens de installatie-vergadering van de raad: parkeren in de binnenstad en het plan van snelwegen rond de stad, het zgn. tangentenplan.
Bij de behandeling van de eerste begroting van het nieuwe college, november 1974, dienen PvdA, PPR, CPN en PSP een motie in om de Taptoe van de Markt te halen. PvdA’er Drenth licht toe dat wat ook de overwegingen, zijn anti-militairistisch, veel te lang de Markt vol met tribunes en dus het plein niet voor toeristen toegankelijk, een voorstel hiervoor voorbereiden heeft geen zin, 4 fracties met 20 stemmen zijn voor afschaffing Taptoe dus een motie is het snelste besluitmiddel.
Het college is verdeeld in zijn advies aan de raad, de voorzitter wijst op de overeenkomst met Defensie.
Duidelijk is dat de meerderheid van de raad bepaalt, 20 stemmen voor en 16 tegen en een luid applaus vanaf de publieke tribune. Waarop de voorzitter stelt: “er is hier geen artistieke prestatie geleverd, gelieve dus niet te applaudisseren”. Mw Van Winden (CDA) vraagt de burgemeester de tribune te ontruimen, waarop Notenboom (CPN) oproept tot een wat sportievere houding: “u zult uw verlies moeten nemen”.
Zo ging dat toen en niet alleen de Delftsche Courant stond er vol van.
In de raadsvergadering van december 1974 vraagt Strick van Linschoten een interpellatie aan. Het Taptoe besluit van de meerderheid van de raad wordt in de stad betreurd. Uit een eerste enquete blijkt dat 57% van de Delftse bevolking voor behoud Taptoe is en 27% tegen, de rest heeft geen mening. Zijn vragen zijn: kan de Taptoe in 1975 in ieder geval nog op de Markt worden gehouden en kan onderzocht worden of elders in Delft een ook voor Defensie aanvaardbare plek beschikbaar is om de Taptoe te houden en moet er niet een gedegen enquete onder de Delftse bevolking worden gehouden. Gewezen wordt op het feit dat de tribunes op de Markt ook voor andere, met name Delftse activiteiten worden gebruikt.
De burgemeester wil graag met Defensie het gesprek verder aan gaan, hij spreekt echter niet namens het gehele college.
Drenth verwijt de VVD een vuurtje tussen de coalitiepartijen PvdA en CDA te willen aansteken. Afschaffen Taptoe stond weliswaar niet in het collegeprogramma, maar wel in het PvdA verkiezingsprogramma. Een democratische meerderheid in de gemeenteraad heeft besloten en andere meerderheidsbesluiten van de raad worden toch ook niet aan de bevolking voorgelegd, aldus de PvdA fractievoorzitter.
Strick trekt zijn motie in, de getalsverhoudingen zijn duidelijk. Hij kondigt aan met het CDA in gesprek te zullen gaan.
In 1975 worden veel interpelllaties gehouden in de raad: aanleg rijksweg 19 (nu A4), Kalkar kerncentrale, verplaatsing Topografische Dienst uit Delft, subsidie gewestelijk orkest, huurverhoging voor te renoveren woningen, koop- huurdifferentiatie huizen Tanthof en er was de “Molenstenen - motie” van Marieke Zelisse. Bij de inhoudelijk zware onderwerpen, zoals woningen in Tanthof, het fysiek zware onderwerp van de stenen die in het kader van het Bereikbaarheidsplan de stad gingen verfraaien (of diende als obstakel voor gemotoriseerd verkeer), zoals op de Camaretten.
De verbouwplannen van het Stadhuis en de huisvesting van het college in Jongenshuis en Meisjeshuis vroegen ook veel aandacht.
13 augustus 1975 was de krediet aanvraag voor een parkeerautomaat op de Markt aanleiding voor een stevig debat. Marieke Zelisse: “Zolang geen betere en grotere parkeergelegenheid in het noordelijk stadsgebied is gevonden, vinden wij dat het deel van de Markt voor het Stadhuis niet met kettingen moet worden afgesloten. We zijn dus tegen aanschaf van deze parkeerautomaat.”
De VVD en de heer (in de wandelgangen “boer”) Van Winden van het CDA stemden tegen het gevraagde krediet, dat was dus geen meerderheid, parkeerautomaat en kettingen op de Markt werden een feit.
Scherpe debatten waren er tussen Jan Korff en wethouder Castelijn over het openbaar onderwijs, eerst het wijkgrenzenbeleid en later de 006 scholen, volgens Jan experimenten met links onderwijs. Deze wethouder laat volgens de VVD niet de echte stem van het openbaar onderwijs horen.
Later is het Paul Buijs die met Castelijn de degens kruist over de schoolbegeleidingsdienst. De wethouder: “Idioot dat de VVD, met Wiegel voorop, het als maar heeft over de linkse indoctrinatie van het onderwijs.”
29 oktober 1975, wethouder Fahrner ( PvdA) vraagt aan het eind van de raadsvergadering een verklaring te mogen afleggen en hij spreekt een persoonlijk woord. “Het kan het college en de raad, maar toch in het bijzonder de leden van de commissie SVO niet ontgaan zijn, dat er een steeds groeiende controverse is tussen aanvankelijk een viertal, maar nu een drietal, fractieleden van de partij van de arbeid en mij als betrokken wethouder. Dit is in het openbaar al geruime tijd uitgegroeid tot een stelselmatige obstructie tegen voorstellen mijnerzijds, waarbij intimidatie niet wordt geschuwd. Het gevolg hiervan is, dat zorgvuldig door de ambtenaren voorbereide zaken bewust worden getraineerd, of erger nog, op deze gronden worden verworpen en dit is naar mijn stellige indruk meer op de persoon gericht dan op de aan de orde zijnde onderwerpen. Dit geeft natuurlijk frustraties bij al diegenen, die aan deze voorbereidingen werken, maar leidt eveneens tot kostenverhogingen, vertraging van andere voorstellen en tevens zelfs in de uitvoerende sectoren tot later gereedkomen van huizen of andere voorzieningen. Ik heb getracht dit intern in mijn kring te beïnvloeden, maar ben daar niet in geslaagd. Mij bewust van mijn verantwoordelijkheid tegenover de bevolking van Delft en mijn partij heb ik daarom besloten mijn ontslag als wethouder in te dienen.
Indachtig de 836 voorkeurstemmen die ik bij de raadsverkiezing heb meegekregen zal ik dus op een andere plaats in deze raad met u blijven meewerken aan deze mij zo dierbare zaak van het besturen van onze gemeente.”
Na deze verklaring verlaat de heer Fahrner de vergadering.
De Telegraaf kopt de volgende dag wethouder verlaat huilend Delftse raadzaal.
In de stad hoorde je woorden als “ de bende van 4”!
Burgemeester en alle fractievoorzitters reageren ontdaan, het besluit is zonder discussie met college genomen en ook PvdA fractievoorzitter Drenth meldt niet vooraf in het besluit van de wethouder te zijn gekend : “Ja iedereen heeft kunnen waarnemen dat in de fractie en de commissie er regelmatig verschil van mening was. Politieke zaken en niet op de persoon gerichte zaken speelden daar een rol.”
In de raadsvergadering van 11 november 1975 zal de wethoudersvacature vervuld moeten worden. De PvdA fractie stelt de heer Reijnen voor en de VVD stelt mw Marieke Zelisse kandidaat! Er wordt gestemd en met 18 / 18 staken de stemmen !
De PvdA verzoekt om een lange schorsing om hun fractiegenote mw Timman van huis te laten komen (zij was de vorige dag weduwe geworden en derhalve niet ter vergadering).
Fractievoorzitter Chris Lelie van het CDA kondigt dan aan de volgende ronde blanco te zullen stemmen en daarmee mw Timman haar afwezigheid te respecteren en compenseren.
Bij de 2e stemming krijgt Reijnen 18 stemmen, Marieke 15 en wordt er 3 x blanco gestemd.
De begrotingsbehandeling vindt dat jaar pas op 15 december plaats. Veel te laat, stelt Strick van Linschoten, er is ook al veel te veel in overleg PvdA/CDA middels college- voorstellen doorgegaan, ontoelaatbaar, de andere fracties worden buiten spel gezet. Mist hangt in de stad, maar sinds november hangt er ook mist in deze raadszaal.
De vertrouwensbasis is voor het CDA toch ontvallen aan dit college, getuige de stemming bij de wethoudersvacature, de VVD verwacht een grondige evaluatie van het college- programma.
Prachtige retoriek van de jonkheer in zijn algemene beschouwingen, die gaan over zorg over de stad, de stadsvernieuwing, de bereikbaarheid van de stad, parkeergelegenheid en het structuurplan Delft en omgeving. Kijk vooral naar Delft, de regiofunctie tussen Oost- en Westland die dreigt verloren te gaan als de bereikbaarheid van de binnenstad niet verbetert.
Denk aan een rondgaande busverbinding die In de Veste met de Markt en het noordelijke winkelgebied verbindt. Bouw een garage in het noordelijke winkelgebied.
In de onderwijsleerprocessen moet voorkomen worden dat eenzijdig inzicht in de maatschappelijke verhoudingen ontstaat, verwijzend naar het 006 rapport onderwijs openbare scholen, dat z.i. is doortrokken van neo-marxistische doctrines. Scholen gaan naar een toneelstuk waar excellenties worden afgeschilderd als louche zakenlieden.
3350 ingeschrevenen bij bureau huisvestingszaken, vergeet de nood van alleenstaanden van werkende jongeren niet die een woonruimte zoeken.
Boeiende debatten ook tussen de fractievoorzitters van de collegepartijen: Drenth ( PvdA) en Lelie (CDA). Het wegstemmen van de Taptoe wordt niet snel vergeten. “Machtsvertoon van links is belangrijker dan een goede samenwerking met de coalitiepartner, die zich buiten spel gezet voelt. Door de formalistische en dogmatische instelling van de PvdA wordt besluitvorming vertraagd, tot schade van de middenstand en de werkgelegenheid”, stelt Lelie. “We hebben zelfs overwogen onze wethouders terug te trekken uit het college en naast die opmerking stelt hij dan voor om het gesprek met de VVD aan te gaan en gedrieelijk ( PvdA, CDA en VVD) te kijken hoe het collegeprogramma overeind kan worden gehouden.”
De VVD (Buijs) heeft een uitgebreid amendement voorbereid om in de begroting veranderingen door te voeren : niks geen gemeentelijke belasting naar draagkracht, een onjuist voorstel van het college, Grote Bunte (gemeentelijk vakantieoord op 200 km van Delft) ook financieel op afstand zetten, zeer kritische aandacht voor de erfpacht, daardoor stopt de verkoop van grond en dus ook die inkomsten, college kan gewoon niet rekenen ! Aan de uitgaven kant pleit de VVD voor extra geld naar het Waagtheater en de huisvestingsmogelijkheden voor werkende jongeren.
Burgemeester Oele, de raadsleden Van Veen (CDA), Jacobs ( PvdA) en Buis voeren scherpe debatten. Woorden als de vershittering van het leefklimaat en gerecirculeerd papier worden ingevoerd.
Vormingstoneel Proloog en de Freinet pedagogie worden door Korff aangevallen, openbaar onderwijs en geen marxistisch onderwijs. De VVD onthoudt steun aan de onderwijsdelen van de begroting.
De burgemeester constateert dat de begrotingsbehandeling weer bijna 20 uur duurde !
Hij overhandigt aan de eind van lange vergaderingen de leden van de raad een boekje “Delftse vrouwen van vroeger”, een product van de Delftse Vrouwenraad.
Er komen nieuwe onderwerpen: de CAI (antennesystemen), internationale betrekkingen,
buitenlandse werknemers.
Tijdens zijn nieuwjaarsrede in de eerste raadsvergadering van 1976 haalt de burgemeester positieve en negatieve herinneringen op aan af afgelopen jaar. De wethouderswisseling noemt hij in menselijk en politiek opzicht een pijnlijk proces. De stad kan zich dit niet nogmaals permitteren zonder verdere vertragingen en schade voor de stad. Waarmee hij niet gezegd wil hebben dat een programmacollege een slechte zaak is.
Tempora mutantor et nos mutamur in illis, de tijden veranderen en wij veranderen met hem.
Op 20 januari 1976 neemt Piet Kamps afscheid van de actieve politiek. Ruim 12 jaar, waarvan 8 jaar als wethouder, sprak hij het liberale woord in de Delftse raadszaal en ver daar buiten. In zijn dankwoord noemt hij de tijd waarin we leven een versnelde evolutie. Hij wenst de raad wijsheid en goede contacten met de stad toe omdat dat van belang is voor de toekomst van de stad en er uit te kunnen halen wat er in zit.
De Jonge Oudraadt was benoemd tot Piet’s opvolger, maar voor de beëdiging in de raad van 26-2-76 liet hij weten de stad te zullen gaan verlaten. 25 maart werd Dies van Bergeijk geïnstalleerd.
Zomer 1976 trouwt Strick van Linschoten en volgt zijn vrouw die niet in Delft woont. Jan Korff neemt het fractievoorzitterschap over.
In zijn afscheidswoord spreekt Jan Strick de wens uit dat de veel Delftenaren naar Breda zullen gaan om daar te genieten van de Taptoe !
In de raadsvergadering van 30 september legt Jaap van Duffelen de eed af in handen van loco-burgemeester Ger Castelijn.
22 november 1976, in zijn algemene beschouwingen haalt JanKorff fel uit naar het CDA “slikt alles wat de PvdA dicteert met het argument met 2 CDA wethouders hebben we nog een matigende invloed op de PvdA. Met een schijnheilig beroep op de linkse meerderheid worden er vervolgens besluiten genomen.” Zo werd volgens Korff ook het erfpacht-principe er door gedrukt.
“Wij verafschuwen de ordinaire machtspolitiek die de tegenstander de mond snoert, er is sprake van een stelselmatige guerilla waarmee de minderheid wordt weggestemd, monddood wordt gemaakt. Ook de inspraak van de Delftenaren wordt aan de laars gelapt (als voorbeeld gebruikt Korff het vignettensysteem voor parkerende bewoners). Alles is van tevoren geregeld, alternatieven en varianten worden niet getoleerd ! Met de vignetten is een melkkoe geschapen.””
Aan het einde van Jan’s betoog tracteert de VVD fractie de raad op bitterkoekjes.
Burgemeester: “ik zal ze na deze woorden eerst voorproeven, mm gelukkig ik proef ook nog iets zoets.”
Lelie (CDA): “ik hoop maar dat er geen kleefpasta in zit, want ik wil me niet monddood laten maken door de VVD!”
In de eerste raadsvergadering van 1977 is mw Steffen te gast. Als voorzitter van het bestuur van zangkoor Canterella biedt zij de raadsleden een grammofoonplaat (afscheid van de dirigent Jan Vermeulen) aan.
Wethouder Weeber (CDA) is 65 jaar geworden en treedt af. Het CDA stelt mw Van Winden-Post kandidaat.
Mw Zelisse , die fractievoorzitter Korff vervangt, uit hier grote bezwaren tegen. Afspraak was dat het CDA breed zou overleggen over het vervullen van deze niet onverwachte vacature. Wat blijkt er is breed overlegd, maar binnen de oude bloedgroepen van het CDA en weer is de VVD buiten het overleg gehouden.
Uit linkse hoek wordt ook commentaar geleverd: mw Van Winden is onervaren op financiën, stellen PSP en PPR, Don ( PvdA) is een betere kandidaat. Waarop Lelie als fractievoorzitter roept dat de opvolging van Weeber een interne CDA kwestie is.
Met 20 stemmen voor wordt mevrouw Van Winden de nieuwe wethouder.
Weeber zelf is die avond in verband met ziekte afwezig. Hij komt nog kort terug als raadslid en neemt uiteindelijk in maart 1977 -na ruim 30 jaar waarvan 14 als wethouder- afscheid van de Delftse politiek.
In de loop van 1977 verhuist Buis naar Utrecht en neemt Eddy Schrijver zijn plaats in de VVD fractie in.
Dat jaar bij de algemene beschouwingen introduceert Korff het woord “Uyleriaanse tactieken”. Hij verwijt de burgemeester daarvan gebruik te hebben gemaakt op het dossier van het slachthuis: door de beslissing daarover als maar uit te stellen, zijn het inmiddels anderen dan het Delftse gemeentebestuur die de beslissing nemen.
Het alsmaar opduikende gerucht dat de burgemeester gaat vertrekken, een 6 maanden lang openstaande vacature gemeentesecretaris, dat maakt het beeld van het stadsbestuur niet zoals de VVD dat graag zou zien.
En natuurlijk het openbaar onderwijs voldoet in Delft ook niet aan de maatstaven van openbaar zoals de VVD die hanteert.
Van Duffelen pleit in zijn bijdrage aan de algemene beschouwingen om in stadsvernieuwingsgebieden niet alleen de bewoners belangen, maar ook die van de met name kleine ondernemers ruime aandacht te geven: verplaatsings-, herinrichtingskosten, huurgewenning en eventueel bedrijfsbeëindigingspremies. Hij geeft ook een liberale visie op het buurt- opbouwwerk in Delft en de status van het SOBW (Stedelijk Overleg Buurt en Wijkgroepen): een commissie ex artikel 61 van maken. De VVD wil niet de sympathie van het college voor de VOS (vrouwen oriënteren zich op de samenleving)-cursussen horen, maar het geld ervoor verankerd zien!
Ook deze begrotingsbehandeling duurde weer zo’n 20 uur.
In 1978 in zijn nieuwjaarstoespraak op 5 januari heeft burgemeester Oele het over het taai ongerief waarin we geraakt zijn, het punt van verdeling werk en produktieve mogelijkheden van iedereen; 8 tot 10 % van de Delftse bevolking die cliënt is bij de Sociale Dienst; een overloop van ca 1000 personen naar kleine buurgemeenten.
Zorgen dus.
Hoogendam (CPN) wil die vergadering een interpellatie over de neutronenbom. De VVD steunt zijn verzoek niet, genoeg Delftse problemen om over te praten. Dat ruim 23.000 Delftenaren (inclusief een aantal VVD’ers) een petitie hebben ondertekend en de bom dus afwijzen, brengt Korff niet tot een ander standpunt. “Toen destijds 10.000 mensen tekenden voor het behoud van de Taptoe in Delft en nog veel meer mensen dat ook wensten, waren de linkse partijen ook niet in hun mening geïnteresseerd.”
De interpellatie werd gehouden en de Delftse bezorgdheid werd overgebracht naar Den Haag.
In maart dat jaar werd de Raad voor de belangbehartiging van de buitenlandse werknemers ingesteld. Een belangrijke gesprekspartner voor het gemeentebestuur.
1978 is een verkiezingsjaar. De harde oppositie -hoewel die term officieel niet werd gebruikt- leverde de VVD geen winst op, de fractie bleef met 6 personen op sterkte, maar de onderhandelingen over de college-vorming leverden de VVD voor het eerst (en tot op heden voor het laatst) een tweetal wethouders op!
Harde woorden van Lelie (CDA) bij de installatievergadering: karakterloos zoals de VVD het CDA heeft behandeld, de VVD verloochent de eigen kiezers en vervolgens zetten ze 3 fracties buiten spel. Als de VVD dit ongelooflijke kiezersbedrog wil goedmaken, dan zullen ze binnen het college op alle punten obstructie moeten gaan plegen. Daar zij de economische en financiële portefeuilles krijgt heeft zij daartoe kansen te over.
Dit noemt de PvdA een constructieve opstelling, het CDA dat meer karaktervastheid toonde werd afgewezen. Schande dat in een achterkamertje dit monsterverbond zonder enig politiek draag is gesloten. Het is een blunder, zoals alleen beginnelingen en mensen die door macht zijn verblind kunnen maken.
In zijn lange bijdrage meent Lelie veel onwaarachtigs ontmaskerd te hebben, waarop de Delftse bevolking recht heeft er kennis van te nemen.
Pv dA fractievoorzitter Reijnen:”ik verwachtte wel negatieve opmerkingen van het CDA, maar de minzame verdachtmakingen die nu de zaal zijn doorgegaan! Onbestaanbaar.”
De kersverse VVD fractievoorzitter Peter Rauwerda :”er is zakelijk en in goede sfeer onderhandeld om te komen tot dit college. Het CDA weigerde een zetel om tot een brede afspiegeling te komen en de VVD had wel twee goede kandidaten.”
Een geheel nieuwe VVD fractievoorzitter en ook een geheel nieuwe VVD wethouder: Alexander Vos de Wael, daarnaast werd mevrouw Gu de Vries, al ruim 6 jaar voor de VVD in de raad, wethouder.
Alleen mevrouw Kleijn ( PvdA) kwam uit het vorige college, nieuw waren voorts Hans Reijnen ( PvdA) en Helen de Maat (D’66). Een college met 3 vrouwen dus, voor Delft helemaal nieuw.
In die tijd benoemde de gemeenteraad ook een hoofdingeland bij het waterschap: oud-wethouder Fahrner werd door de nieuwe raad die plaats gegund.
31 oktober 1978 was het officiële afscheid van burgemeester Oele.
“Je optreden had altijd iets wervelends, erin en er weer uit; boek lezen tijdens de begrotingsbehandeling in de raad en gedichten tijdens het luisteren naar de Mattheus”, zo sprak Hannie Kleijn hem toe.
Na 5 jaar en 7 maanden vertrok Oele naar het gewest Rijnmond. Deze dichterlijke burgemeester maakte een mooi afscheidsvers over en voor Delft.
Op 8 november 1978 was er een bijzondere raadsvergadering, waarin voor het eerst de raad in aanwezigheid van de Commissaris der Koningin, toen mr Maarten Vrolijk (oud PvdA minister van o.a. Cultuur) sprak over het profiel van een nieuwe burgemeester, over de eisen van benoembaarheid en geschiktheid.
VVD fractievoorzitter Rauwerda vraagt expliciet niet om een vrouw als 1e voorkeur, “wij hebben al 3 vrouwelijke college-leden”.
De bijdrage van de PSP-fractievoorzitter: “wij zijn tegen een functie profiel, tegen de functie van burgemeester, tegen de functie van Commissaris van de Koningin en tegen erfelijk koningschap, overleefde ondemocratische instellingen. De Kroon benoemt en dat is in dit geval de heer Wiegel, lid van een aartsconservatief en reactionair kabinet” en ging Veldmeijer verder: “we zijn dus afhankelijk van een rechtskabinet Van Agt en van het been waarmee de heer Wiegel toevallig zijn bed uit stapt. We kunnen alleen maar hopen dat hij er niet aan gewend is regelmatig met zijn rechterbeen uit bed te stappen.
Alleen een ongelooflijke optimist hoopt in deze situatie op een knalrode burgemeester!”
D’66 vraagt om een rechtstreeks gekozen burgemeester.
Bij de eerste begroting van het nieuwe college houdt Peter Rauwerda een uitvoerig betoog over de landelijke economie en zijn eerste Delftse onderwerp gaat over het welzijnswerk. Voor de aangekondigde nota daarover adviseert hij het college daarin tenminste op te nemen het zwembad Kerkpolder, een centrale bibliotheek, de bouw van een sporthal en uitbreiding van de faciliteiten voor het buurt- en wijkwerk. Dan blijft er dus niet veel geld meer over voor de verbouw van het Vrouwenhuis en dat is dan maar goed ook. M.b.t. de binnenstad vraagt Peter aandacht voor de leefbaarheid voor burgers en consumenten, dit om de middenstand op peil te kunnen houden.
De huisvesting van Delftenaren is nog steeds een probleem: Hoornse kwadrant en Delfgauw sneller gaan ontwikkelen is zijn advies richting college.
Jaap van Duffelen roept in het 2e deel van de VVD beschouwingen op aandacht te geven aan de medisch-psychische klachten van Marokkaanse immigranten en aan goede scholing voor de kinderen van buitenlandse werknemers. Hoe staat het met het gemeentelijke personeelsbeleid t.a.v. buitenlandse werknemers??
Op 30 november 1978 biedt Scalzo (later raadslid voor de PvdA) een zwartboek aan aan de gemeenteraad over de erbarmelijke woonomstandigheden van gastarbeiders in De Poort aan het Bagijnhof.
Wethouder mw Kleijn was en bleef een tijd loco-burgemeester. Na een lange en moeizame periode kwam op 18 mei 1979 een einde aan het burgemeesterloze tijdperk met de installatie van mr. Robbert Gallas (CDA) die voor Delft Alphen a/d Rijn verliet.
Veldmeijer (PSP) in de bijzondere raadsvergadering: “Er was toch een mooi profiel ? Nu scheept het kabinet ons op met een rechtse burgemeester. Verdomd, Wiegel stapt dus met z’n rechterbeen uit bed, wat ik al voorspelde! Waar is het meesterbrein van de PvdA gebleven ? Het college is weer wat meer naar rechts opgeschoven, dat is toch een foutje van dat brein.”
Notenboom (CPN): “Er is hier sprake geweest van een camouflage profiel ? In het inspraakprofiel van de raad stond een progressieve burgemeester!”
In diezelfde maand, 20 en 31 mei, zat de nieuwe burgemeester de behandeling voor in de gemeenteraad van de Delftse meerjarenbegroting 1980-83, het investeringsprogramma 1979-83 en het personeelsformatieplan 1980-83. Het gezamenlijke college haalde hun voorstellen door de raad.
VVD wethouder Gu de Vries kreeg het moeilijk met de voetbalvelden Kerkpolder. Het driemanschap Verouden (CDA), Bonthuis ( PvdA) en Van Duffelen (VVD) wist via een motie de raad tot een snelle aanleg van de velden voor Full Speed te overtuigen.
Oktober 1979 verliet Cees Lustig de VVD fractie en volgde Betty Jo de Graaff hem op.
De begrotingsbehandeling dat jaar duurde voor het eerst sinds lange tijd minder, zo’n 16 uur, terwijl voorafgaande jaren steeds wel 20 uur werd geklokt.
Peter Rauwerda deed een oproep aan de raad vooral zijn tanden te laten zien! Hij pleitte voor herstel en uitbreiding van de keuzevrijheid voor de burger en sprak zijn zorg uit over de nauwelijks effectief te beheersen bureaucratie.
1980 was het jaar van de interne verbouwing van het Stadhuis. De gemeenteraad ging vergaderen in de Senaatszaal van de aula van de TU, waar op 31 januari burgemeester Gallas zijn eerste nieuwjaarstoespraak houdt. Uiteraard spreekt hij positieve woorden over de verbondenheid van de Technische Hogeschool en de gemeente Delft.
Veldmeijer (SP), V.d. Jagt (D’66) en Jacobs ( PvdA) vragen zich af wat eigenlijk de status is van de nieuwjaarstoespraak. Is het een college-verhaal ?
Veldmeijer: “Dit gebruik is wel erg uit de tijd. U, burgemeester, leeft nog in het stoomtijdperk en Delft heeft inmiddels al wel een electrische tram.”
Die raadsvergadering wordt om 02.00 uur gesloten, met een woord van excuses van de voorzitter richting gastheren en personeel van de TU en de belofte van beterschap.
Nou dat laatste ging niet lukken.
In de maart vergadering, na een heftig ordedebat of het afspelen van een cassetterecorder door raadslid Veldmeijer (PSP) - met een interview van een knokploeg en hoe die omgaat met krakers - wel of niet was toegestaan in de raad, werd het ook weer half twee in de nacht alvorens voor het laatst de voorzittershamer viel.
Het gebruik om de meerjarenbegroting voor het zomerreces te agenderen werd voortgezet met een behandeling op 3 juni 1980, waarbij een middag- en een avond vergadering was voorzien. Maar ook weer na middernacht, dus op 4 juni, bleek dat op de lijst met kritiekpunten van Rauwerda bij de college-voorstellen nog diverse open einden stonden. Op 26 juni, na eerst een extra vergadering van de commissie financiën, lukte het wethouder Vos de Wael de raad, en dus ook zijn eigen VVD, te overtuigen en de meerjarenbegroting 1981-1985 vastgesteld te krijgen.
Na een roerige raad met 3 moties van Van Veen (CDA) over Kerkpolder, de weg naar het zwembad, de voetbal- en de tennisvelden in dat gebied; een heftige discussie Van Duffelen / Veldmeijer (PSP) over het fenomeen kraken en de inzet van politie en Mobiele Eenheid en de rol van knokploegen, werd de raadsvergadering van 30 oktober om 02.55 uur gesloten.
De Delftse Courant maakte een dag later melding van het feit dat verontruste partners van raadsleden de politie hadden gebeld, omdat de TU op dat late tijdstip de telefoon niet meer beantwoordde. Was er iets bijzonders in de raad ? waar bleven de raadsleden?
De laatste raadsvergadering dat jaar, 11 december 1980, nog steeds in de aula van de TU, hield Hoogendam (CPN) een interpellatie over de gesloten bibliotheek. In het conflict college / bestuur bibliotheek over het aantal m2 en de kosten voor de centrale bibliotheek had het bestuur de bieb per onmiddellijk dichtgegooid en “dat vlak voor de Kerstdagen, schande, men kon dus niet met een geleend boek bij de haard de Kerstdagen doorbrengen”.
De wethouders Klein (o.a. cultuur) en Vos de Wael (financiën) kregen van de raad de opdracht per omgaande dit probleem te gaan oplossen.
De jaren 1981 en verder volgen.
Leja van der Hoek