Schriftelijke vragen programmabegroting

Van de fractie geplaatst op dinsdag 23 september 2003 door Alex van Leeuwen

Trefwoorden: programmabegroting, schriftelijke, vragen

Vragen over programma’s

Programma (*)

Vraag

VVD

Inleiding (11)

INLEIDING: De VVD streeft naar vertaling van gemeentelijke doelstellingen in beleid met meetbare kwaliteit. Voor de coalitie telt daarom het resultaat, doelen zouden realistisch en meetbaar worden geformuleerd. In de programmabegroting is het uitgangspunt van realistische en meetbare doelen niet expliciet opgenomen.

VRAAG 1: Waarom zijn de meeste doelstellingen in de programmabegroting geformuleerd als beleidsuitgangspunten of procesmatige beleidsvoornemens in plaats van meetbare doelstellingen over het maatschappelijk effect dat met dat beleid moet worden bereikt?

ANTWOORD:

De constatering dat de functies weinig afrekenbaar zijn geformuleerd is grotendeels juist. Een aantal doelstellingen zijn wel meetbaar geformuleerd, zie bijvoorbeeld het programma Werk, Inkomen en Zorg en het programma Integratie, maar in het algemeen geldt dat hier nog veel kwaliteitswinst valt te behalen. Wij zien dit nieuwe instrument van de Programmabegroting ook als een instrument wat verder moet worden ontwikkeld en een van de belangrijkste aandachtspunten hierbij is met name de realistische en meetbare formulering van de doelstelling. Zie ook antwoord vraag 11 PvdA

VVD

Dienstverlening (13)

INLEIDING: De VVD vindt dat besluitvorming binnen de gemeente in elk stadium inzichtelijk moet zijn. De coalitie heeft daarom afgesproken dat de burger zou moeten weten hoe lang de behandeling van zijn aanvraag gaat duren en wie de behandelend ambtenaar is. In de programmabegroting zegt het college nu te streven naar het opstellen, communiceren en waarmaken van servicenormen voor schriftelijke, fysieke, telefonische en digitale dienstverlening.

VRAAG 2: In hoeverre kan het college garanderen dat in 2004 ook de behandeling van bezwaar- en beroepschriften op deze voorgenomen werkwijze wordt uitgevoerd en dat de achterstanden in de afhandeling van bezwaar- en beroepschriften zijn weggewerkt?

ANTWOORD:

De rapportage over in- en output van het rechtsbeschermingsbedrijf (zowel kwantitatief als kwalitatief) wordt het komende jaar anders vormgegeven. De voorbereidingen daartoe zijn reeds gestart begin dit jaar. Als belangrijke katalysator heeft gewerkt de nota 'het Rechtsbeschermingsbedrijf Werkaanbod en personele bezetting CBB) zoals door het college vastgesteld op 26 januari 2003. Op basis van deze nota is o.a. in structurele uitbreiding van het secretariaat van de CBB voorzien, alsmede in het honoreren van tijdelijke maatregelen voor 2003. Gebruik gemaakt zal (vermoedelijk kunnen) worden van de mogelijkheden die het DIS biedt (ook als workflowmanagement systeem/WMS).

De rapportages zullen frequenter zijn, teneinde sneller (kwartaalsgewijs) en compacter (staafdiagrammen met korte toelichting inzake knelpunten en oplossingen) te voorzien in de uit het interne klantwaarderingsonderzoek maar ook anderszins gebleken behoefte aan meer adequate informatie, zowel bij het management als het bestuur om op deze wijze beter te kunnen sturen op in- en output. Op deze wijze wordt er naar gestreefd dat beide genoemde componenten zoveel als redelijkerwijs mogelijk is met elkaar in evenwicht zijn. Transparantie (opvraagbare stand van zaken, afloop procedures, enz.) zal op deze wijze in elk geval verzekerd zijn. Een waterdichte garantie dat met het op deze wijze, meer digitaal, monitoren van het rechtsbeschermingsbedrijf, alsmede de structurele uitbreiding van het secretariaat, de achterstanden bij dat bedrijf in 2004 volledig tot het verleden behoren, is niet te geven. Nieuwe wetgeving, gewijzigd rijks- en/of gemeentebeleid kan de instroom van bezwaarschriften, tegen de verwachting in, mogelijk in meer of mindere mate plotseling doen toenemen. Wanneer dat uitgaat boven de in genoemde nota vastgestelde norm en bezetting, zal per segment bezien moeten worden of via een extra financiële impuls inhaalslagen soelaas bieden. Via het genoemde meer transparant worden van de in- en output van het rechtsbeschermingsbedrijf zal het tijdig signaleren van dreigende achterstanden vanzelfsprekend wel eenvoudiger worden en kan er eerder worden ingegrepen en bijgestuurd met een voor burger en bedrijfsleven positief effect op het punt van afhandelingduur van een bezwaarschrift.

VRAAG 3: In hoeverre kan het college garanderen dat in 2004 alle burgers die aan de gemeente brieven sturen binnen de voorgeschreven termijn een ontvangstbevestiging en antwoord krijgen?

ANTWOORD:

Dit kan thans niet in volle omvang worden gegarandeerd. In het kader van het meerjarenplan dienstverlening worden in het deelproject schriftelijke dienstverlening oplossingen uitgewerkt om de registratie en opvolging van schriftelijke communicatie sluitend te krijgen. In het meerjarenplan dienstverlening zullen servicenormen ontwikkeld worden voor deze aspecten van dienstverlening. Vervolgens zal er in de organisatie gemeten worden hoe men scoort op de servicenormen. Dat levert een goed beeld van de kwaliteit van dienstverlening op de servicenormen per onderdeel van de organisatie en kan er daar waar nodig in de organisatie bijgestuurd worden.

Momenteel wordt onderzocht welke gemeentelijke procedures niet aan de voorgeschreven termijnen voldoen en wat nodig is om dit te veranderen. Dit deelproject heeft een sterke relatie met de invoering van het nieuwe DIS.

INLEIDING: De VVD is van mening dat administratieve rompslomp rondom vergunningen en heffingen voor bedrijven verder moet worden verminderd. Het ontstaan dan wel voortbestaan van tegenstrijdige regelgeving moet worden tegengegaan. In de coalitie is daarom afgesproken dat dit voornemen in 2003 moet leiden tot concrete aanpassingen in procedures. Voorts is in de coalitie afgesproken dat verbetering van de dienstverlening speerpunt is. Het college is van mening dat in de dienstverlening de logica van de burger als klant centraal moet staan.

VRAAG 4: Zijn er in 2003 al concrete aanpassingen geweest van procedures om de administratieve lasten voor de burger te verminderen?

ANTWOORD:

In het deelprogramma Toegankelijkheid van burger@delft.nl (KIS2) wordt gewerkt aan tientallen projecten die de toegankelijkheid van producten en diensten verbeteren. Het doel is digitalisering van producten en diensten, en zodoende een extra mogelijkheid om de producten te verkrijgen. Voorbeelden zijn: het digitaliseren van de betaling van diverse gemeentelijke belastingaanslagen en parkeer-boetes en het digitaal aan kunnen vragen van uittreksels uit het GBA.

Met betrekking tot vergunningen: Het grootste deel van de wet- en regelgeving waaruit de betreffende vergunningen zijn gebaseerd heeft geen lokaal, maar een landelijk karakter. Bij gevolg liggen veel behandeltijden, procedures, indieningvereisten ook wettelijk vast en is de beïnvloedingsmarge op lokaal niveau smal. Niettemin proberen we via het Servicecentrum Bedrijven, verbetering van de dienstverlening, ook digitaal, projecten als Professionalisering van de Handhaving de kwaliteit en de transparantie van de contacten met de klant, inclusief het bedrijfsleven, op een hoger plan te brengen. Voorbeeld daarvan is de mogelijkheid om via Internet statusinformatie over de voortgang van de bouwvergunning te krijgen.

Qua gemeentelijke verordeningen bereiden we een voorstel voor inzake het reclamebeleid, dat onder meer vereenvoudiging van procedures inhoudt. Dit zal nog in 2003 aan de raad worden voorgelegd.

Een ander voorbeeld is het in maart 2003 nieuw leven inblazen van het ambtelijk horecaoverleg. In dit tweewekelijkse overleg komen medewerkers van de gemeentelijke vakteams en van de politie, die te maken hebben met vergunningverlening en handhaving op de verschillende gebieden van wet- en regelgeving, waar de horecasector mee te maken heeft, bijeen om ontvangen aanvragen en uit te voeren controleacties onderling af te stemmen, inclusief de communicatie daarover naar de klant.

VRAAG 5: Kan en wil het college voorzien in een Meldpunt tegenstrijdige regelgeving waarbij strijdigheid van lokale regelgeving door het Meldpunt aan de raad wordt gemeld en strijd van landelijke regelgeving door het Meldpunt wordt doorgemeld aan de betreffende ministeries?

ANTWOORD:

In de door de sectoren Bouw- en Milieutoezicht en Toezicht Openbare Ruimte samen met de Brandweer uitgevoerde integrale controleacties komt tot nu toe uitsluitend precies hetzelfde punt van tegenstrijdige regelgeving naar voren, dat ook landelijk steeds wordt genoemd: de entreedeur van een café, waar eisen vanuit brandveiligheid, woningwet en milieubeheer elkaar tegenspreken en een oplossing binnen beperkte oppervlakten en budgetten niet voor handen is. Maar er zijn meer voorbeelden te bedenken, bijvoorbeeld de eisen m.b.t. het gebruik van branddeuren in de kinderopvang. We zullen in het kader van het project ‘Professionalisering van de handhaving’ dit soort tegenstrijdigheden rapporteren aan de betrokken ministeries. Hiertoe zullen ook richtlijnen voor de organisatie worden vastgesteld. Een apart meldpunt lijkt ons minder effectief.

VRAAG 6: In hoeverre is het mogelijk de verschillende parkeerregimes in de wijken op termijn weer gelijk te trekken, zodat uiteindelijk een helder en transparant regime geldt voor alle wijken waar belanghebbenden parkeren is/wordt ingevoerd?

ANTWOORD:

Delft kent - naast de Binnenstad - een viertal schilgebieden die elk een ander parkeerregime kennen. Deze verschillen zijn ontstaan doordat de regimes tot stand zijn gekomen in samenspraak met de bewoners van deze gebieden. Daarnaast kent ook elk gebied - door z’n ligging t.o.v. de Binnenstad - z’n eigen specifieke pro­blematiek. De verschillen in regime zitten voornamelijk in de bloktijden en kenmerken zich door het wel/niet aanwe­zig zijn van een “ochtendblok” en/of een “zaterdagblok”.

Op den duur is het streven om in de hele schil een gelijk regime te hebben. De binnenstad zal altijd afwijkend zijn. Op korte termijn is dit niet te realiseren doordat aan be­woners is toegezegd inspraak te hebben in de bloktijden. Om de duidelijkheid van de verschillende regimes te be­vor­deren wordt eind dit jaar/ begin volgend jaar een folder uitgebracht waarin in kleur de gebieden zijn aange­geven en per gebied is aangegeven wat het regime is en welke uitzonderingen er zijn. Voor uitbreiding van bestaan­de ge­bieden geldt op dit moment dat de bewoners hiervan zich moeten conformeren aan het voor dat gebied gelden­de regime. Hierdoor wordt nog verdere diversiteit voorkomen.

VVD

Werk, inkomen en zorg (21)

INLEIDING: De VVD vindt dat met name voor senioren in Delft nog veel te weinig woningen geschikt zijn gemaakt voor levensloopbestendig gebruik. Een optimaal gebruik van het bestaande aangepaste woningbestand WVG is van belang. Daarom is in de coalitie vorig jaar afgesproken dat er in 2003 een akkoord zou liggen met woningcorporaties, zorgvragers en -aanbieders over het inlopen van de achterstand aan geschikte woningen voor ouderen en mensen met een functiebeperking. Het college heeft in 2004 25.000 euro gereserveerd voor een haalbaarheidsonderzoek dat moet uitwijzen of het opzetten en beheren van een geïntegreerd systeem van beschikbare woningen haalbaar en effectiever is.

VRAAG 7: Wat is de stand van zaken terzake van het voornoemde akkoord en waarom moet de gemeente geld reserveren voor informatie die kennelijk gewoon beschikbaar is?

ANTWOORD:

De prestatieafspraken 2003 zullen worden behaald. Op korte termijn zal een notitie verschijnen om voor 2004 een meerjarige afspraak met de woningbouwcorporaties voor te stellen. In regionaal verband hebben zorgaanbieders, zorgvragers, corporaties en welzijnsinstellingen een intentieovereenkomst ondertekend. Daarnaast is een woonzorgmonitor opgezet en wordt gewerkt aan het realiseren van prestatieafspraken. In Delft is nu een notitie over wonen, zorg en welzijn -onder andere gericht op het stimuleren van woonzorgzones- in een ver stadium van voorbereiding.

T.a.v. het registratiesysteem voor aangepaste woningen: Gemeente en corporaties beschikken over registratiesystemen, maar doordat het 'stand alone'-registraties betreft lukt het onvoldoende om zicht op de bruikbaarheid en de toereikendheid van de totale woningvoorraad voor mensen met een functiebeperking te krijgen (denk bijv. aan een deel woningen dat wel geschikt is als 'zorgwoning' maar niet als zodanig is gelabeld bij vrijkomen) Daarnaast is het van belang om de meest geschikte woning bij een specifieke zorgvraag te krijgen (hier ligt een relatie met de WVG). Daarom is het van belang de betrokken registraties wederzijds inzichtelijk te maken of zelfs te integreren het gaat om de uniformiteit en de inzichtelijkheid van de informatieverstrekking. Door op snelle en adequate wijze overzicht te houden over de vrij gekomen aangepaste/ makkelijk aan te passen woningen worden dure woningaanpassingen in het kader van de WVG vermeden.

VVD

Integratie (31)

INLEIDING: Veel migranten of vluchtelingen in Delft bevinden zich sociaal-economisch en maatschappelijk in een achterstandspositie. De VVD vindt individuele vrijheid een onderdeel van de menselijke waardigheid waarbij sociale gerechtigheid door de overheid bevorderd kan worden door het scheppen van gelijke ontplooiingskansen.

In de coalitie hebben wij daarom vorig jaar afgesproken de komende jaren in te zetten op de kennismaking tussen groepen mensen van diverse afkomst en op het realiseren van deelname van allochtonen in besturen, oudercommissies, wijkcomités en dergelijke. Het college wil in 2004 door gerichte ondersteuning van zelforganisaties een gerichte bijdrage leveren aan het verbeteren van hun achterstandspositie.

VRAAG 8: In hoeverre kan het college aangeven hoe groot dit integratievraagstuk nu eigenlijk is, om hoeveel mensen het gaat en welke concrete prestaties van die zelforganisaties worden verwacht om die achterstandspositie te verminderen?

ANTWOORD:

Van de Delftse bevolking zijn 75.000 inwoners van Nederlandse afkomst, 22.000 van buitenlandse afkomst, waarvan 17.000 uit minderheden (niet westers).

Met name de laatste groep behoort tot de doelgroep van integratiebeleid. Van rijkswege worden nu middelen ter beschikking gesteld om diegenen die geen inburgeringscursus hebben gehad, die sinds de WIN verplicht is, een inhaalslag te kunnen laten maken. Het gaat daarbij vooral om werklozen en opvoeders onder hen.

Integratie is meer dan taalles, of werk kunnen vinden, maar ook kennissen hebben, je thuis voelen in Delft en participeren in maatschappelijke verbanden. Dat geldt net zo goed voor inwoners van Nederlandse afkomst en onze onderlinge relaties en respect over en weer. Dat proces is nog lang niet afgerond; de achterstand in kansen bestaat nog volop en de economische ontwikkeling draagt niet bij aan dit proces.

De zelforganisaties worden gestimuleerd integratiebevorderende projecten uit te voeren via een speciale subsidie. Samenwerking met anderen is daarin een voorwaarde.

De nieuw te benoemen opbouwwerker voor de zelforganisaties zal hen helpen zelfstandiger te worden, via overleg in WMC (werkgroep migranten communicatie) houden zij onderling contact en de vinger aan de pols van het gemeentelijk integratiebeleid. Ook daarin krijgen ze ondersteuning. Bovendien wordt er in de WMC gesproken over vele soorten ontwikkelingen die voor migranten belangrijk zijn en verwachten wij dat die berichten dan doorkomen in de achterban van de zelforganisaties. De website en nieuwsbrieven en indien realiseerbaar ook radio zijn bedoeld om deze communicatie te ondersteunen en te bevorderen.

Op gebieden als werk en inkomen, onderwijs, zorg en cultuurparticipatie vertoont het allochtone bevolkingsdeel van Delft zeker een achterstand. In de Rapportage / stand van zaken Integratiebeleid. (03/016829), commissie WZO 19 juni 2003, zijn de resultaten en de doelstellingen in het integratiebeleid verder gespecificeerd. Leidraad in het integratiebeleid is dat de gemeente optrekt samen met allochtone organisaties en hun inspanningen ondersteunt. In de nota ondersteuning zelforganisaties die dit najaar verschijnt, wordt die insteek verder uitgewerkt.

VVD

Jeugd en onderwijs (35)

INLEIDING: De VVD is van mening dat de muziek- en gymnastiekleraar terug moeten keren op de hele basisschool. Met coalitie is afgesproken dat de haalbaarheid zou worden nagegaan van de introductie van de vakdocent muziek op basisscholen. Door het college worden in de programmabegroting de terugkeer van de muziek- en gymnastiekleraar voor het basisonderwijs in het geheel niet genoemd.

VRAAG 9: In hoeverre is het mogelijk de muziek- en gymnastiekleraar in het basisonderwijs te laten terugkeren? Kan het college aangeven wanneer de muziek- en gymnastiekleraar in het basis onderwijs terugkeren?

ANTWOORD:

Het vakonderwijs gym staat stevig overeind in het Delftse basisonderwijs. O.a. in de sportvisiediscussie en via de activiteiten van de brede school wordt de positie van het gymnastiekonderwijs versterkt.

Vakonderwijs muziek als zodanig wordt niet door de gemeente (financieel) ondersteund. Op de basisscholen wordt muziek door de groepsleerkrachten gegeven.

De mogelijkheid bestaat het muziekonderwijs door een door de school zelf aangetrokken vakdocent wordt verzorgd. Dit gebeurt in een beperkt, aantal gevallen.

In het programma van de brede school wordt muziek aangeboden. Op dit moment wordt nagedacht over een brede school-plusaanbod waarin wat steviger cursussen kunnen worden aangeboden, ook op muzikaal gebied. Gestreefd wordt om hiermee 2004 te starten.

Bij de voorbereiding van het onderwijsbeleidsplan 2005-2008 wil het college vakonderwijs muziek als bespreekpunt inbrengen.

VVD

Wijkaanpak en Wonen (45)

INLEIDING: De VVD vindt het woningaanbod te eenzijdig, er zijn relatief veel woningen die qua prijs en kwaliteit vallen in het lager- en middensegment. Door het gebrek aan mogelijkheden voor een wooncarrière is te weinig doorstroming mogelijk, zowel aan de bovenzijde als aan de onderzijde van de woonmarkt. Delft raakt daarmee in sociaal economisch opzicht een belangrijke groep inwoners kwijt. In de coalitie is daarom afgesproken dat naast aandacht voor onze leefomgeving ook actief gewerkt gaat worden aan de kwaliteit en kwantiteit van woonruimte in Delft en dat het uitbreiden van woonmogelijkheden voor jongeren, ouderen en grote gezinnen noodzakelijk is. Het college is nu voornemens een basismonitor Wonen op te zetten en er komt een visie op de kwaliteiten van het wonen voor verschillende doelgroepen.

VRAAG 10: In hoeverre is bekend of extra bouwen in het hogere segment nu daadwerkelijk tot meer doorstroming leidt vanuit lagere naar haar hogere segmenten in de woningmarkt, er van uitgaande dat er gemeenten in Nederland zijn die daar al ervaring mee hebben?

ANTWOORD:

Uit allerlei onderzoek, landelijk en lokaal is bekend dat nieuwbouw leidt tot doorstroming. De doorstroomketen voor de duurdere marktsegmenten is gemiddeld het langst. In oktober wordt de Nota Toekomstvisie Sociale Woningbouw aan de raad gezonden. De invalshoek van deze nota is breder en beperkt zich niet alleen tot sociale woningbouw. Hierin wordt ook verder op het aspect van doorstroming ingegaan.

VRAAG 11: in de programmabegroting staat in het kader van integratiebeleid het streven naar evenwichter wijksamenstelling. Aan welk pakket maatregelen denkt het college om allochtonen te laten wonen in wijken waar zij nu zijn ondervertegenwoordigd.

ANTWOORD:

Zoals afgesproken in het programma Integratie heeft onderzoek plaatsgevonden naar de positie van allochtonen op de woningmarkt. Op een enkel punt heeft dit nog weer geleid tot nadere uitzoekvragen. Bijvoorbeeld ten aanzien van de verschillen in "woongedrag" tussen groepen. Een en ander wordt beschreven in een notitie over wonen en integratie die binnenkort in het college aan de orde komt. Deze is dan ook onderlegger voor de prestatieafspraken die het college met corporaties op dit terrein wil maken.

INLEIDING: De VVD vindt dat in Delft nog te weinig woningen geschikt zijn gemaakt voor levensloopbestendig gebruik. Een inhaalslag bij het geschikt maken van woningen voor ouderen en mensen met een functiebeperking moet op korte termijn de gewenste vooruitgang in kwantiteit en kwaliteit voor langere tijd garanderen. Daarom is in de coalitie afgesproken dat in de komende periode ten minste 2000 woningen aangepast zouden worden. Het college is nu voornemens in 2003 468 woningen op te plussen en te laten onderzoeken wat de maximale opplus capaciteit is binnen het woningbezit.

VRAAG 12 : Heeft de gemeente zicht op de concrete vraag naar op gepluste woningen, en zo ja, hoe groot is die vraag?

ANTWOORD:

Aan de hand van de demografische opbouw van de Delftse bevolking is in 1998 de behoefte aan opgepluste woningen geraamd op ca. 2.950. De oppluscapaciteit, meerjarige afspraken over het opplusprogramma en nieuwbouw in dit kader is thans nog onderwerp van gesprek met de Delftse woningcorporaties. Over de voortgang ontvangt de raad nog dit jaar een rapportage. Ook zal dit onderwerp onderdeel zijn van de prestatieafspraken met de corporaties voor de periode vanaf 2004.

VVD

Welzijn (53)

INLEIDING: De VVD ondersteunt nog altijd de langdurige wens van studenten voor een volwaardige roeibaan. Gezamenlijke aanleg van deze baan die enerzijds als noodberging en anderzijds als zoetwater voorraad kan dienen moet mogelijk gemaakt worden. In de coalitie is daarom afgesproken dat roeien een aandachtspunt is waarbij gekeken wordt naar provinciale ontwikkelingen zo mogelijk in samenhang met waterberging. In de programmabegroting wordt de roeibaan annex waterberging niet genoemd.

VRAAG 13: Waarom is deze belangrijke voorziening niet in de voornemens van het college voor 2004-2007 opgenomen?

ANTWOORD:

Het college onderkent - al jaren - het accommodatieprobleem van de Delftse roeiverenigingen, waarvoor echter geen oplossing zien binnen de gemeentegrenzen van Delft. Onze inzet beperkt zich tot het bepleiten van het initiatief van de Taskforce Roeibaan Zuid-Holland (van de Zuidhollandse roeiverenigingen in de regio Delft, Den Haag en Rotterdam) bij de daarvoor bevoegde instanties.

VVD

Binnenstad (61)

INLEIDING: De VVD is van mening dat functionele toegang, om ondermeer economische redenen, tot de binnenstad van Delft noodzakelijk is; ook met de auto. In de coalitie is afgesproken dat het beleid gericht op het autoluw maken van de binnenstad zou worden voortgezet. Gedurende dit proces is er voor gekozen om in elke fase kwalitatief en kwantitatief voldoende parkeerplaatsen te bieden voor de te vervallen plaatsen in het autoluw (plus) gebied.

In de programmabegroting stelt het college zich ten doel het autoluw maken van de binnenstad verder vorm te geven.

VRAAG 14: Waarom is de coalitieafspraak van kwantitatief en kwalitatief voldoende parkeerplaatsen in elke fase van autoluw niet opgenomen in het programma Binnenstad?

ANTWOORD:

Deze afspraak staat, en behoeft niet in elk document opnieuw herhaald te worden. De afspraak wordt uitgevoerd op basis van de opgenomen tabel in het collegeprogramma.

In maart 2003 heeft de raad de nota “Evaluatie Autoluwe Binnenstad - fase 1” vastgesteld, waarin het verloop en de planning van het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad tussen 2000 en 2008 staan weergegeven. Deze geldt sinsdien als leidraad. Inmiddels zijn er 62 extra parkeerplaatsen in de binnenstad gerealiseerd en is gestart met de aanleg van 80 tijdelijke parkeerplaatsen op het Koepoortterrein, ter compensatie van de parkeerplaatsen op de Markt

VVD

Duurzaamheid (65)

INLEIDING: De VVD wil meer aandacht voor water in Delft, in het bijzonder het gebruik van water als ver

Voeg toe aan Delicious Voeg toe aan Facebook Voeg toe aan Google bookmarks Voeg toe aan Linked In Voeg toe aan NUjij Voeg toe aan Technorati Voeg toe aan Twitter 
© 2012 VVD Delft  |  Colofon  |  RSS | Sitemap