| VVD Delft > Weblog overzicht > Ronald Vuijk |
Een stadsbestuurder is er voor de burgers
Dat wordt mijn inzet als lid van de gemeenteraad en als wethouder in de raadsperiode 2010-2014.
De dialoog tussen mensen maakt de politiek voelbaar, hoorbaar en zichtbaar. In die dialoog worden de liberale idealen van vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid uitgedragen. Daarmee sta ik voor een rotsvast vertrouwen in een betere toekomst, een optimistische vertrouwen in de vooruitgang. En voor een minimale overheid en maximale zelfregulering en wordt gedreven door overtuiging en idealen, niet door macht of autoriteit. De medemens zelf staat centraal.
Als persoonlijk thema staat centraal het verbeteren van de rechtszekerheid van de burger. “De burger weet onvoldoende wanneer en opgrond van welke criteria zijn aanvraag (van bijvoorbeeld een vergunning) wordt afgehandeld”, een besef dat in de voorbije periode duidelijk is geworden door het wekelijkse spreekuur voor burgers. Binnen mijn liberale idealen en overtuiging acht ik mij voor de inhoud van mijn bestuurlijke beslissingen gebonden aan het politiek programma van de VVD en het coalitieprogramma. Het combineren van maatschappelijke betrokkenheid en de bestuurlijke verantwoordelijkheid van het wethouderschap is in de duale verhoudingen een bijzondere opgave. Ruim 50 mensen die ieder vanuit een eigen bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid de dialoog met de stad zoeken. Een dialoog die zijn weg zoekt via politieke websites, communicatie inspanningen van raad en B&W, de onafhankelijke journalistiek en het persoonlijke gesprek.
In de raadsperiode 2002-2006 werd het raadslidmaatschap met het fractievoorzitterschap vervuld. In 2005 werd wethouder Christiaan Baljé opgevolgd en werd Wil Steffen fractievoorzitter. Als lijsttrekker werd deelgenomen aan de verkiezingen van 2006 met collegedeelname als resultaat. Bijzondere dossiers zijn ondermeer uitbreiding van de dienstverlening, de bouw van de Koepoortgarage, de versterking van monumentenzorg, de uitbouw van de programmatische aanpak Water, de oprichting van Science Port Holland en de uitvoering van de economische strategie Delft Kennisstad.
Geplaatst op zaterdag 26 december 2009; reacties
Voor de mensen die mijn twitter nog niet volgen. Hieronder een overzicht van mijn tweets van de afgelopen week:
Zondag 20 december 2009
Maandag 21 december 2009
Dinsdag 22 december 2009
Woensdag 23 december 2009
Vrijdag 25 december 2009
Zaterdag 26 december 2009
Geplaatst op zondag 20 december 2009; reacties
Voor de mensen die mijn twitter nog niet volgen. Hieronder een overzicht van mijn tweets van de afgelopen week:
Vrijdag 18 december 2009
Zaterdag 19 december 2009
Geplaatst op zondag 8 november 2009; reacties
Het monumentenbeleid is een beleidsonderdeel dat mij bijzonder na aan het hart ligt. De internationale kansen die er zijn om Delft op de kaart te zetten wil ik benutten. Dat leidde tot een ambitieus initiatief van het college van burgemeester en wethouders. Onze binnenstad is sinds 1976 een van rijkswege beschermd stadsgezicht. Gezien de unieke kwaliteiten van de Delftse binnenstad zou het gebied in aanmerking moeten komen voor plaatsing op de Werelderfgoedlijst (World Heritage List) van Unesco. De minister van OCW is daarom gevraagd een voordracht te willen doen.
Geplaatst op zondag 20 september 2009; reacties
Mark Rutte (VVD) diende bij de Algemene Beschouwingen een motie van wantrouwen in tegen het kabinet omdat naar zijn opvatting deze regering weigert te regeren. De motie werd gesteund door SP en PVV. Nu wordt door sommigen de vraag gesteld of een motie van wantrouwen tegen een heel kabinet wel juist is.
Ik vind een motie van wantrouwen een goed instrument om een kabinet dat volgens de opvatting van de volksvertegenwoordiging niet regeert naar huis te sturen. Een motie kan worden ingediend door ieder lid van de Tweede Kamer om een bepaalde wens uit te drukken. Tezamen met het spreekrecht is de motie het instrument van de oppositie om van zich te laten horen en een tegengeluid over het regeringsbeleid hoorbaar te maken. Doordat de motie makkelijk hanteerbaar is wordt er overvloedig gebruik van gemaakt, nog niet de helft van de ingediende moties wordt aangenomen. De regering is in zijn algemeenheid niet verplicht moties uit te voeren. De motie van wantrouwen vormt daarop een uitzondering. De motie van wantrouwen heeft een verplichtend karakter, de minister of het kabinet dat door een aangenomen motie getroffen wordt dient heen te gaan.
Mark Rutte stelt zich op het standpunt dat deze regering niet regeert, met andere woorden, geen regeringsbeleid voert. Bij de Algemene Beschouwingen staan niet de afzonderlijke portefeuilles ter discussie maar het regeringsbeleid als geheel. Mark Rutte constateerde dat de aanpak van maatschappelijke problemen met deze begroting wordt opgedragen aan twintig ambtelijke commissies en dat de regering kennelijk zelf geen opvattingen heeft over de richting waarin oplossingen gezocht kunnen worden. Dat betekent dat de Tweede Kamer enkel kan debatteren over de vraag of het uitstellen van de aanpak van maatschappelijke problemen het vertrouwen van de Kamer kan genieten. Een deel van de Kamer deelt de regeringsopvatting van uitstel niet. Wanneer de Tweede Kamer of een deel daarvan geen vertrouwen heeft in de regering over de volle breedte van het gepresenteerde regeringsbeleid dan resteert niets anders dan de motie van wantrouwen tegen het hele kabinet. En zo is het gegaan.
Electoraal blijkt de kiezer een stevige en georganiseerde oppositie te waarderen. Uit de peilingen blijkt de kiezer het indienen van de motie van wantrouwen tegen het kabinet te waarderen met twee zetels er bij. De commotie rondom de motie van wantrouwen leidde er toe dat de VVD al dagen het nieuws domineert en iedereen het er over heeft. De VVD staat midden op het politieke podium. Een motie van wantrouwen is dus een uitstekend instrument om het kabinet naar huis te sturen.
Ronald Vuijk, wethouder
Geplaatst op zaterdag 19 september 2009; reacties
De Haya van Somerenstichting biedt trainingen aan voor leden van de VVD die politiek actief zijn. Het debatteren in het openbaar wordt getraind onder noemer van Discussietechniek en Presentatietechniek. Het leren spreken in het openbaar is een actueel vraagstuk met wortels in het verleden. In 1957 verscheen een kleine publicatie van de hand van een zekere J.H. de Goede over welsprekendheid.
Een klein citaat: “Dank u”, zegt de burgemeester na het uitspreken van zijn rede. Vroeger eindigde hij met “Ik heb gezegd”, eenvoudig constaterende dat hij klaar was. Nu dankt hij voor de aandacht, in de veronderstelling dat die er is geweest. Daarin kan hij zich echter vergissen. Aandacht is geen artikel dat geschonken wordt alleen omdat het de burgemeester is die spreekt. Aandacht moet getrokken en geboeid worden. Bij werkelijke aandacht is er dankbaarheid aan de zijde van de hoorders. Die ontstaat pas wanneer er goed gesproken wordt. Het aanzien van het openbaar gezag wordt door het geluid, dat het geeft, alleen gediend, wanneer dit op een hoog peil staat.
Met betrekking tot welsprekendheid bestaan twee opvallende dwalingen. De eerste is de opvatting dat men geen goed spreker kan worden, als men het niet zo maar, als vanzelf, in eens is. “Het moet je aangeboren zijn “, zegt men. De tweede dwaling is de inbeelding van sommigen, dat zij boeiende redenaars zijn, zonder dat dit in werkelijkheid het geval is. Deze dwaling brengt de vrijmoedige babbelaars voort. De één denkt: “Ik leer het tóch nooit”, maar zou met inspanning vorderingen maken. De ander denkt: “Ik kan het”, maar kan het niet – nog niet. Beide misvattingen leiden tot een tekort aan ernst bij de voorbereiding van een rede, om over verantwoorde opleiding tot spreker maar te zwijgen. Het ligt voor de hand dat men, om welsprekend te kunnen zijn er een zekere aanleg voor moet hebben. Doch slechts zeer weinigen missen zulk een aanleg geheel.
De opleidingen en trainingen van de Haya helpen een aanleg te versterken tot een vaardigheid.
Ronald Vuijk, wethouder